TUCHT - GEINTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID
Er werd een RAD opgemaakt omdat opsteller klager op het dak van de wandeling van vleugel F zag wandelen. Klager werd betrapt en werd bevolen om van het dak te komen. De directeur achtte de feiten bewezen en sanctioneerde klager voor een inbreuk van eerste categorie, nl. de poging tot ontsnapping. Klager is geïnterneerd. Op basis van de Basiswet is de bijstand van een advocaat dan verplicht in het kader van een tuchtprocedure. De voorkeursadvocaat van klager was aanwezig op de tuchthoorzitting.
Het interneringsstatuut van klager brengt een tweede procedurele vereiste met zich mee, namelijk de toerekenbaarheid van de tuchtinbreuk. Een principe uit de Basiswet is dat een gedetineerde alleen schuldig kan worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuk, wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, de ten laste gelegde feiten bewezen acht én de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan, schuldig acht. Voor een geïnterneerde persoon kan een dergelijke verantwoordelijkheid niet zomaar worden verondersteld gelet op de uitgesproken interneringsmaatregel die hem net ontoerekeningsvatbaar acht en de strafrechtelijke feiten die hij heeft gepleegd, niet aan hem toerekent. Bijgevolg kan de tuchtregeling alleen worden toegepast als vaststaat dat de klager zich op het moment van de inbreuk bewust was van zijn daden en van het laakbare karakter ervan. In dit dossier nam de directie kennis van het rapport waarna zij aan de psychiater van de psychosociale dienst heeft gevraagd om een advies uit te brengen. Het advies besluit tot de toerekeningsvatbaarheid van klager ten aanzien van de feiten. Gelet op het advies van de psychiater en de vaststellingen in het RAD die door verschillende getuigen onderschreven werden, is de klachtencommissie van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren en deze aan klager kon toerekenen.
De directeur kan voor een inbreuk van eerste categorie maximaal 30 dagen ATV opleggen, waardoor de opgelegde sanctie van 30 dagen ATV wettelijk is. Bovendien is de klachtencommissie van oordeel dat de sanctie ook redelijk en billijk is gelet op de ernst van de feiten.
De klacht is ongegrond.
Er werd een RAD opgemaakt omdat opsteller klager op het dak van de wandeling van vleugel F zag wandelen. Klager werd betrapt en werd bevolen om van het dak te komen. De directeur achtte de feiten bewezen en sanctioneerde klager voor een inbreuk van eerste categorie, nl. de poging tot ontsnapping. Klager is geïnterneerd. Op basis van de Basiswet is de bijstand van een advocaat dan verplicht in het kader van een tuchtprocedure. De voorkeursadvocaat van klager was aanwezig op de tuchthoorzitting.
Het interneringsstatuut van klager brengt een tweede procedurele vereiste met zich mee, namelijk de toerekenbaarheid van de tuchtinbreuk. Een principe uit de Basiswet is dat een gedetineerde alleen schuldig kan worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtrechtelijke inbreuk, wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, de ten laste gelegde feiten bewezen acht én de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan, schuldig acht. Voor een geïnterneerde persoon kan een dergelijke verantwoordelijkheid niet zomaar worden verondersteld gelet op de uitgesproken interneringsmaatregel die hem net ontoerekeningsvatbaar acht en de strafrechtelijke feiten die hij heeft gepleegd, niet aan hem toerekent. Bijgevolg kan de tuchtregeling alleen worden toegepast als vaststaat dat de klager zich op het moment van de inbreuk bewust was van zijn daden en van het laakbare karakter ervan. In dit dossier nam de directie kennis van het rapport waarna zij aan de psychiater van de psychosociale dienst heeft gevraagd om een advies uit te brengen. Het advies besluit tot de toerekeningsvatbaarheid van klager ten aanzien van de feiten. Gelet op het advies van de psychiater en de vaststellingen in het RAD die door verschillende getuigen onderschreven werden, is de klachtencommissie van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren en deze aan klager kon toerekenen.
De directeur kan voor een inbreuk van eerste categorie maximaal 30 dagen ATV opleggen, waardoor de opgelegde sanctie van 30 dagen ATV wettelijk is. Bovendien is de klachtencommissie van oordeel dat de sanctie ook redelijk en billijk is gelet op de ernst van de feiten.
De klacht is ongegrond.