KC02/23-0006
Ongegrond
KC - Antwerpen
Klachtencommissie
Tucht
Geen beslissing directeur
Ordemaatregel
Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - TUCHT - ORDEMAATREGEL - BEVOEGDHEID
De beslissing is volgens de Klachtencommissie correct genomen en de individuele aanwijzingen zijn voldoende en schriftelijk gemotiveerd in de beslissing.
Het rapport is duidelijk. Het personeelslid dat het rapport heeft opgesteld, vermeldt geen twijfel in het rapport. Het rapport beschrijft hoe er voorwerpen verdwenen tijdens de dienst van klager. Bovendien worden nadien verschillende van de verloren voorwerpen gevonden op de cel van klager. Klager benoemt geen overtuigende tegenindicaties. Er zijn geen tegenstrijdigheden tussen het rapport en andere elementen uit het dossier, meer zelfs: de voorwerpen die aangetroffen werden op de cel van klager bevestigen hetgeen door de beambte werd vastgesteld. Het personeel heeft het nodige onderzoek gedaan door de andere gedetineerden te ondervragen omtrent de zogenaamde schenkingen van de voorwerpen. De directie kon zich in dit geval baseren op het rapport om klager voor de tuchtinbreuk schuldig te achten. De tuchtprocedure is correct verlopen. De tuchtbeslissing is voldoende gemotiveerd. Gelet op het directe verband is de bijzondere sanctie van het verbod om deel te nemen aan werk in gemeenschappelijk verband gerechtvaardigd. De tuchtsanctie is redelijk en billijk.
De directie heeft toegelicht dat na afloop van de sanctie het werk van klager niet langer beschikbaar was en dat klager opnieuw op de wachtlijst werd geplaatst. De klachtencommissie stelt vast dat deze situatie een onvermijdelijk gevolg is van de afwezigheid van de gedetineerde op het werk, hetgeen een situatie betreft die hij zelf in de hand werkte. Bovendien heeft de directie klager reeds op de wachtlijst geplaatst zoals de richtlijn voorschrijft. De klacht is ongegrond.
Het incident m.b.t. de schoenen die klager al dan niet gekregen zou hebben van een medegedetineerde is geen beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van een gedetineerde werd genomen. De klacht is niet-ontvankelijk.
De beslissing is volgens de Klachtencommissie correct genomen en de individuele aanwijzingen zijn voldoende en schriftelijk gemotiveerd in de beslissing.
Het rapport is duidelijk. Het personeelslid dat het rapport heeft opgesteld, vermeldt geen twijfel in het rapport. Het rapport beschrijft hoe er voorwerpen verdwenen tijdens de dienst van klager. Bovendien worden nadien verschillende van de verloren voorwerpen gevonden op de cel van klager. Klager benoemt geen overtuigende tegenindicaties. Er zijn geen tegenstrijdigheden tussen het rapport en andere elementen uit het dossier, meer zelfs: de voorwerpen die aangetroffen werden op de cel van klager bevestigen hetgeen door de beambte werd vastgesteld. Het personeel heeft het nodige onderzoek gedaan door de andere gedetineerden te ondervragen omtrent de zogenaamde schenkingen van de voorwerpen. De directie kon zich in dit geval baseren op het rapport om klager voor de tuchtinbreuk schuldig te achten. De tuchtprocedure is correct verlopen. De tuchtbeslissing is voldoende gemotiveerd. Gelet op het directe verband is de bijzondere sanctie van het verbod om deel te nemen aan werk in gemeenschappelijk verband gerechtvaardigd. De tuchtsanctie is redelijk en billijk.
De directie heeft toegelicht dat na afloop van de sanctie het werk van klager niet langer beschikbaar was en dat klager opnieuw op de wachtlijst werd geplaatst. De klachtencommissie stelt vast dat deze situatie een onvermijdelijk gevolg is van de afwezigheid van de gedetineerde op het werk, hetgeen een situatie betreft die hij zelf in de hand werkte. Bovendien heeft de directie klager reeds op de wachtlijst geplaatst zoals de richtlijn voorschrijft. De klacht is ongegrond.
Het incident m.b.t. de schoenen die klager al dan niet gekregen zou hebben van een medegedetineerde is geen beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van een gedetineerde werd genomen. De klacht is niet-ontvankelijk.