Ga verder naar de inhoud

KC02/23-0060

Ongegrond KC - Antwerpen Klachtencommissie Tucht Fouille op het lichaam
FOUILLE OP HET LICHAAM - MOTIVERING - TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - BEWIJS

De directeur had bevolen om over te gaan tot een naaktfouille bij klager. De beslissing werd gemotiveerd als volgt: “betrokkene heeft wandeling. Er wordt via het raam aan hem iets doorgegeven. Hij heeft dit aangenomen. Het zou kunnen gaan om verboden goederen of substanties. De omvang kan zo klein zijn dat een fouille aan de kledij niet zal volstaan om deze terug te vinden. Ze kunnen immers verstopt worden in de kledij of het op het lichaam.“ De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de beslissing concrete elementen bevat waarom de directeur het vermoeden had dat klager tijdens de wandeling in het bezit zou zijn gekomen van verboden voorwerpen. In de beslissing is bovendien gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om na te gaan of klager in het bezit was van verboden voorwerpen. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam voldeed aan de voorwaarden uit de Basiswet. De klacht is ongegrond.

Naar aanleiding van de fouille heeft men verboden voorwerpen aangetroffen. Men heeft twee pakketten van klager afgenomen. Wat in de pakketten zat, werd niet beschreven in de rapporten. Er werden wel foto’s bijgevoegd van de inhoud van de pakketten. Op de foto’s zijn een oplader en voedsel te zien. Bovendien was klager in het bezit van een uurwerk en twee pingpong-paletten waarvan hij toegaf dat die niet van hem waren. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting werd klager geconfronteerd met de inhoud van de pakketten. Klager ontkende dat de oplader van hem was. Nochtans zat de oplader in het pakket dat in zijn boxershort verstopt was. De andere zaken gaf hij toe. De klachtencommissie is van oordeel dat er geen enkele aanwijzing voorhanden is waaruit blijkt dat de in het RAD weergegeven feiten niet met de realiteit zouden stroken. De oplader werd gevonden in het pakket dat in de boxershort van klager verstopt zat. De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid het bezit van de oplader kon bewezen verklaren en kon toerekenen aan klager.

De directeur legde een bijzondere tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen verbod van deelname aan culturele, sportieve en ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen geen CUSPO opgelegd worden. Bovendien is er een verband tussen de feiten en de opgelegde sanctie zodat de bijzondere tuchtsanctie een spiegelende sanctie is. De tuchtsanctie is bijgevolg wettig. De klachtencommissie van oordeel dat de tuchtsanctie ook niet onredelijk of onbillijk is. Om deze redenen is de klacht ongegrond.