TUCHT - CAMERABEELDEN
Op 10 december 2023 vond een gevecht plaats op de wandeling. Uit het rapport aan de directeur (RAD) blijkt dat de opsteller ervan (het inrichtingshoofd) ziet hoe klager verwikkeld geraakt in het gevecht en tot tweemaal toe naar de cellen gaat en vraagt om messen naar beneden te gooien. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting erkent klager dat hij een klap heeft gegeven, maar ontkent hij een mes te hebben gevraagd of gebruikt. Klager vraagt meermaals om de camerabeelden te bekijken, wat door de directeur wordt geweigerd.
De klachtencommissie meent dat de vaststellingen in het RAD duidelijk zijn. De directie mag zich op een duidelijk RAD baseren om een tuchtfeit en de ernst van het tuchtfeit te beoordelen. In principe moet de directeur in dat geval ook niet ingaan op verzoeken om bepaald onderzoek te doen zoals het bekijken van camerabeelden. Klager bracht zowel tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting als in zijn klacht geen argumenten aan die doen twijfelen aan de vaststellingen, die gebaseerd zijn op observaties van het personeel, het inrichtingshoofd en meerdere getuigen. Het is dan ook niet onredelijk dat de directie de feiten bewezen achtte op basis van dit RAD en de camerabeelden niet heeft bekeken.
In de tuchtbeslissing motiveert de directie duidelijk welke feiten zij toerekent aan klager. Zij verwijst naar zijn gedeeltelijke bekentenis (wat betreft de fysieke agressie) en getuigenverklaringen en het rapport (wat betreft het vragen naar messen). Bovendien stelt de directie dat betrokkene “face to face herkend werd”. De tuchtbeslissing is afdoende gemotiveerd en verwijst naar voldoende vaststellingen uit het RAD om de feiten als bewezen te verklaren in hoofde van klager.
De klacht is niet gegrond.
Op 10 december 2023 vond een gevecht plaats op de wandeling. Uit het rapport aan de directeur (RAD) blijkt dat de opsteller ervan (het inrichtingshoofd) ziet hoe klager verwikkeld geraakt in het gevecht en tot tweemaal toe naar de cellen gaat en vraagt om messen naar beneden te gooien. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting erkent klager dat hij een klap heeft gegeven, maar ontkent hij een mes te hebben gevraagd of gebruikt. Klager vraagt meermaals om de camerabeelden te bekijken, wat door de directeur wordt geweigerd.
De klachtencommissie meent dat de vaststellingen in het RAD duidelijk zijn. De directie mag zich op een duidelijk RAD baseren om een tuchtfeit en de ernst van het tuchtfeit te beoordelen. In principe moet de directeur in dat geval ook niet ingaan op verzoeken om bepaald onderzoek te doen zoals het bekijken van camerabeelden. Klager bracht zowel tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting als in zijn klacht geen argumenten aan die doen twijfelen aan de vaststellingen, die gebaseerd zijn op observaties van het personeel, het inrichtingshoofd en meerdere getuigen. Het is dan ook niet onredelijk dat de directie de feiten bewezen achtte op basis van dit RAD en de camerabeelden niet heeft bekeken.
In de tuchtbeslissing motiveert de directie duidelijk welke feiten zij toerekent aan klager. Zij verwijst naar zijn gedeeltelijke bekentenis (wat betreft de fysieke agressie) en getuigenverklaringen en het rapport (wat betreft het vragen naar messen). Bovendien stelt de directie dat betrokkene “face to face herkend werd”. De tuchtbeslissing is afdoende gemotiveerd en verwijst naar voldoende vaststellingen uit het RAD om de feiten als bewezen te verklaren in hoofde van klager.
De klacht is niet gegrond.