KC02/24-0024
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Antwerpen
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
VOORLOPIGE MAATREGEL - MEDISCH - ARBEID
De voorlopige maatregel werd genomen naar aanleiding van twee incidenten. Enerzijds vermeldt een van de rapporten aan de directeur (RAD) dat klager te vaak de kantjes eraf loopt bij zijn werk als keukenmedewerker. Bovendien zou hij bazig en druk zijn naar de andere gedetineerden. Anderzijds is er een RAD dat een incident op de medische dienst beschrijft waarbij klager agressief werd toen de dokter weigerde om hem een afwezigheidsattest te geven. De voorlopige maatregel betrof een uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke activiteiten, nl. niet werken.
De klachtencommissie stelt ten eerste dat de directie onvoldoende motiveert waarom er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was en waarom het noodzakelijk was om een VM op te leggen. De klachtencommissie is verder van oordeel dat de directie met deze maatregel in werkelijkheid klager minstens reeds voorlopig wenste af te zetten van zijn werk op basis van de verklaringen van de beambte in het meldingsverslag. Dit verklaart immers waarom de directie het gedrag van klager tijdens zijn werk vermeldt in de voorlopige maatregel. Een ontslag moet echter genomen worden via een schriftelijke ordemaatregel en moet motiveren waarom klager niet (meer) geschikt is voor het werk. De voorlopige maatregel daarentegen moet motiveren waarom deze noodzakelijk was en waarom gekozen werd voor de maatregel in kwestie. De klachtencommissie treedt klager bij wanneer deze stelt dat de agressie bij de dokter niets te maken heeft met zijn geschiktheid voor het werk. De klacht is gegrond.
De voorlopige maatregel werd genomen naar aanleiding van twee incidenten. Enerzijds vermeldt een van de rapporten aan de directeur (RAD) dat klager te vaak de kantjes eraf loopt bij zijn werk als keukenmedewerker. Bovendien zou hij bazig en druk zijn naar de andere gedetineerden. Anderzijds is er een RAD dat een incident op de medische dienst beschrijft waarbij klager agressief werd toen de dokter weigerde om hem een afwezigheidsattest te geven. De voorlopige maatregel betrof een uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke activiteiten, nl. niet werken.
De klachtencommissie stelt ten eerste dat de directie onvoldoende motiveert waarom er een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid was en waarom het noodzakelijk was om een VM op te leggen. De klachtencommissie is verder van oordeel dat de directie met deze maatregel in werkelijkheid klager minstens reeds voorlopig wenste af te zetten van zijn werk op basis van de verklaringen van de beambte in het meldingsverslag. Dit verklaart immers waarom de directie het gedrag van klager tijdens zijn werk vermeldt in de voorlopige maatregel. Een ontslag moet echter genomen worden via een schriftelijke ordemaatregel en moet motiveren waarom klager niet (meer) geschikt is voor het werk. De voorlopige maatregel daarentegen moet motiveren waarom deze noodzakelijk was en waarom gekozen werd voor de maatregel in kwestie. De klachtencommissie treedt klager bij wanneer deze stelt dat de agressie bij de dokter niets te maken heeft met zijn geschiktheid voor het werk. De klacht is gegrond.