Ga verder naar de inhoud

KC02/24-0143

Ongegrond Onontvankelijk KC - Antwerpen Klachtencommissie Bijzondere veiligheidsmaatregel Individueel bijzonder veiligheidsregime
BVM - IBVR
De klacht is ten eerste gericht tegen een bijzondere veiligheidsmaatregel (BVM). Deze werd opgelegd naar aanleiding van meerdere incidenten. Hoewel de klachtencommissie meent dat deze feiten gekwalificeerd konden worden als tuchtinbreuken, en er dus in principe een voorrang geldt voor de tuchtprocedure, is het mogelijk dat de directie in een dergelijke situatie een BVM oplegt, wanneer zij enkel tot doel heeft om preventief een gevaar voor de orde of de veiligheid aan te pakken. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie in haar beslissing heeft gemotiveerd waarom zij een BVM oplegt. De BVM is duidelijk genomen met een preventief oogmerk gelet op het onaangepaste gedrag van klager. Voor de klachtencommissie is het duidelijk dat de directie ten aanzien van klager niet gehandeld heeft met een repressief of bestraffend oogmerk. De klacht tegen de BVM is niet gegrond.

De klacht is ten tweede gericht tegen de beslissing om klager onder een individueel bijzonder veiligheidsregime (IBVR) te plaatsen. Een dergelijke beslissing wordt genomen door de directeur-generaal van het Directoraat-Generaal Penitentiarie Inrichtingen (DG EPI). Tegen deze beslissing kan enkel beroep aangetekend worden bij de beroepscommissie van de Centrale Raad en valt dus niet onder de bevoegdheid van de klachtencommissie. De klacht tegen deze beslissing is niet-ontvankelijk.