Ga verder naar de inhoud

KC02/24-0172

Ongegrond Onontvankelijk KC - Antwerpen Klachtencommissie Tucht Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING VAN DE DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - PERSONEEL - TUCHT

De klacht betreft een bepaalde PBA en de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.

Wat betreft een bepaalde PBA:
Een louter feitelijk handelen van penitentiair beambten dat geen verband houdt met de uitvoering van een beslissing van de directie, is geen beslissing van (of namens) de directie. Dit valt niet onder
het toepassingsgebied van het beklagrecht. De klacht is niet-ontvankelijk.

Wat betreft de tuchtbeslissing:
Het rapport aan de directeur (RAD) beschrijft hoe klager zijn lichtje aanstak en tegelijkertijd hard op het winket klopte. Enkele beambten zijn toen gaan kijken, waarop klager de beambte die het RAD heeft opgesteld begon te bedreigen. Volgens het RAD kwam dit doordat deze beambte 5 minuten eerder zijn cel was binnengegaan na een melding dat klager de wandeling opjutte en riep vanuit zijn raam en van alles op de wandeling had gegooid. Het RAD stelt dat dit dagelijks gebeurt. Hierop heeft de beambte geantwoord dat niets hem tegenhoudt om via een celmutatiebriefje een nieuwe cel te vragen.

Naar aanleiding van dit RAD werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuken “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” en “de
opzettelijke aantasting van de orde”. De klachtencommissie is van oordeel dat de vaststellingen in het RAD duidelijk zijn. De directie mag zich op een duidelijk RAD baseren om een tuchtfeit en de ernst van het tuchtfeit te beoordelen. Klager bracht zowel tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting als in zijn klacht geen argumenten aan die doen twijfelen aan de vaststellingen uit het RAD. Hij ontkent enkel de feiten en stelt dat het niet goed loopt met een bepaalde chef. Dit doet echter geen afbreuk aan de feiten zoals vastgesteld in het RAD. De klachtencommissie acht de feiten dan ook bewezen. De tuchtbeslissing werd afdoende gemotiveerd. De tuchtprocedure werd voor het overige correct gevoerd.

Het betreft twee tuchtinbreuken van de eerste categorie die gesanctioneerd kunnen worden met maximaal 9 dagen opsluiting in de strafcel. De sanctie van 3 dagen opsluiting in de strafcel is wettig.
De sanctie is ook niet onredelijk of onbillijk, gelet op de omstandigheden. De directie motiveert waarom zij zwaar tilt aan de feiten en geeft aan dat voorgaande sancties geen verandering in het
gedrag van klager teweeg brachten. Om deze redenen is de klacht niet gegrond.