KC02/24-0219
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Antwerpen
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
Geen beslissing directeur
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - SANCTIE
De klacht is ten eerste gericht tegen een bijzondere veiligheidsmaatregel (BVM). Het RAD beschrijft hoe klager normaal de naakte cel mocht verlaten die dag, maar dat de beambte dit onverantwoord leek. Klager zou aan het “razen” geweest zijn zonder reactie op hetgeen de beambte zei. De beambte stelt dat klager een psychose lijkt te hebben. Het artikel 110, §3 van de Basiswet geeft beambten de mogelijkheid om in een situatie van hoogdringendheid, zelf een BVM op te leggen. De procedure uit artikel 110, §3 van de Basiswet werd volgens de klachtencommissie correct gevolgd.
De beslissing tot het opleggen van een BVM door de directeur die hierop volgt, verwijst naar het gedrag van klager zoals neergeschreven in het RAD en stelt dat op basis van dit gedrag een veiligheidsmaatregel nodig is ter bescherming van de fysieke en psychische integriteit van klager en derden. De klachtencommissie meent dat dat directie hiermee duidelijk heeft aangegeven waarom zij de maatregel oplegt. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een BVM wettig is en afdoende werd gemotiveerd. De procedure werd voor het overige correct gevolgd. De klacht is niet gegrond.
De klacht is ten tweede gericht tegen het feit dat klager verschillende ATV’s en BVM’s opgelegd kreeg die hem niet werden betekend. De klachtencommissie stelt echter vast dat het niet gaat om nieuwe beslissingen, maar wel om de uitvoering van de resterende dagen ATV uit de tuchtbeslissingen van 23 juli 2024 en 30 juli 2024. Het betreft geen nieuwe beslissing van de directeur. De klacht hiertegen is niet-ontvankelijk.
De klacht is ten eerste gericht tegen een bijzondere veiligheidsmaatregel (BVM). Het RAD beschrijft hoe klager normaal de naakte cel mocht verlaten die dag, maar dat de beambte dit onverantwoord leek. Klager zou aan het “razen” geweest zijn zonder reactie op hetgeen de beambte zei. De beambte stelt dat klager een psychose lijkt te hebben. Het artikel 110, §3 van de Basiswet geeft beambten de mogelijkheid om in een situatie van hoogdringendheid, zelf een BVM op te leggen. De procedure uit artikel 110, §3 van de Basiswet werd volgens de klachtencommissie correct gevolgd.
De beslissing tot het opleggen van een BVM door de directeur die hierop volgt, verwijst naar het gedrag van klager zoals neergeschreven in het RAD en stelt dat op basis van dit gedrag een veiligheidsmaatregel nodig is ter bescherming van de fysieke en psychische integriteit van klager en derden. De klachtencommissie meent dat dat directie hiermee duidelijk heeft aangegeven waarom zij de maatregel oplegt. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een BVM wettig is en afdoende werd gemotiveerd. De procedure werd voor het overige correct gevolgd. De klacht is niet gegrond.
De klacht is ten tweede gericht tegen het feit dat klager verschillende ATV’s en BVM’s opgelegd kreeg die hem niet werden betekend. De klachtencommissie stelt echter vast dat het niet gaat om nieuwe beslissingen, maar wel om de uitvoering van de resterende dagen ATV uit de tuchtbeslissingen van 23 juli 2024 en 30 juli 2024. Het betreft geen nieuwe beslissing van de directeur. De klacht hiertegen is niet-ontvankelijk.