KC02/24-0276
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Antwerpen
Klachtencommissie
Geen beslissing directeur
Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - FEITELIJK HANDELEN
De klacht is gericht tegen de beslissing tot en uitvoering van een fouillering op het lichaam en tegen het gedrag van bepaalde beambten na haar klacht. Het feitelijk handelen van beambten betreft geen beslissing van de directeur, zodat de klacht hiertegen niet-ontvankelijk is. De klacht tegen de beslissing tot en uitvoering van een fouillering op het lichaam betreft wel een beslissing van de directeur en is dus ontvankelijk voor de klachtencommissie.
De motivering van de beslissing tot fouillering op het lichaam bevat een aanwijzing dat er zich een gsm in de cel van klager bevindt. De beslissing legt echter niet uit waarom er aanwijzingen zijn dat deze gsm op het lichaam van klager verstopt zou zijn. De beslissing tot fouillering op het lichaam is dus strijdig met artikel 108, ยง2 van de Basiswet. De klachtencommissie stelt ook vast dat gelijktijdig met de fouillering op het lichaam een celcontrole werd uitgevoerd. Zij oordeelde reeds eerder dat deze werkwijze onredelijk is en dat de directie in een dergelijk geval eerst een celcontrole moet uitvoeren voor zij kan verdergaan met een ingrijpendere methode. De klachtencommissie benadrukt ten slotte dat de directie zich niet kan beperken tot identieke standaardzinnen en stijlformules om een dergelijke invasieve beslissing mee te motiveren. De klacht is gegrond.
De klacht is gericht tegen de beslissing tot en uitvoering van een fouillering op het lichaam en tegen het gedrag van bepaalde beambten na haar klacht. Het feitelijk handelen van beambten betreft geen beslissing van de directeur, zodat de klacht hiertegen niet-ontvankelijk is. De klacht tegen de beslissing tot en uitvoering van een fouillering op het lichaam betreft wel een beslissing van de directeur en is dus ontvankelijk voor de klachtencommissie.
De motivering van de beslissing tot fouillering op het lichaam bevat een aanwijzing dat er zich een gsm in de cel van klager bevindt. De beslissing legt echter niet uit waarom er aanwijzingen zijn dat deze gsm op het lichaam van klager verstopt zou zijn. De beslissing tot fouillering op het lichaam is dus strijdig met artikel 108, ยง2 van de Basiswet. De klachtencommissie stelt ook vast dat gelijktijdig met de fouillering op het lichaam een celcontrole werd uitgevoerd. Zij oordeelde reeds eerder dat deze werkwijze onredelijk is en dat de directie in een dergelijk geval eerst een celcontrole moet uitvoeren voor zij kan verdergaan met een ingrijpendere methode. De klachtencommissie benadrukt ten slotte dat de directie zich niet kan beperken tot identieke standaardzinnen en stijlformules om een dergelijke invasieve beslissing mee te motiveren. De klacht is gegrond.