Ga verder naar de inhoud

KC02/24-0286

Ongegrond KC - Antwerpen Klachtencommissie Tucht
TUCHT

De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis.

Het rapport aan de directeur (RAD) beschrijft hoe klager tot twee keer toe bleef staan aan het winket van een cel terwijl hij naar zijn eigen cel werd teruggebracht. Wanneer de beambte hem hierop
aanspreekt, maant klager haar meerdere keren op onbeleefde manier aan om de deur te openen. Bovendien zou klager de beambte meerdere keren beledigd hebben en respectloos hebben
aangesproken. Naar aanleiding van dit RAD werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuken “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”, “het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden” en “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting stelt klager dat de beambte hem in eerste instantie heeft beledigd en geprovoceerd door de deur niet te openen voor hem. Hij vraagt dan ook om de camerabeelden te controleren.

De klachtencommissie meent echter dat het RAD de feiten duidelijk omschrijft. Het is daarom niet onredelijk voor de directie om de feiten zoals beschreven in het RAD bewezen te achten en geen
camerabeelden te bekijken. De directie heeft dit voor de verschillende tuchtinbreuken duidelijkgemotiveerd in de tuchtbeslissing.
Het betreft een tuchtinbreuk van de eerste categorie en twee tuchtinbreuken van de tweede categorie die samen gesanctioneerd worden als één tuchtinbreuk van de eerste categorie. EDe sanctie van 10 dagen ATV is wettig. De sanctie is ook niet onredelijk of onbillijk, gelet op de feiten en het tuchtregister van klager. De directie motiveert dit in haar tuchtbeslissing.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.