Ga verder naar de inhoud

KC02/24-0322

Ongegrond KC - Antwerpen Klachtencommissie Tucht
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - BEWIJS

De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Antwerpen.

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Ten aanzien van klager werd een RAD opgesteld. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkende klager dat de drugs van hem zijn. De directie riep de overige twee celgenoten mee in de rapportzaal om hen tezamen te confronteren met de vondst van de verboden substantie. Niemand gaf toe dat de drugs van hem was. De directie achtte klager schuldig aan de tuchtinbreuk.

De directie kon redelijkerwijze rekening houden met het feit dat de drugs werden aangetroffen in een doos rijst die door klager werd aangekocht om het tuchtfeit aan klager toe te rekenen. De klachtencommissie verwijst hierbij naar een gelijkaardige beslissing van KC Leuven-Hulp, waarbij deze oordeelde dat een GSM die werd aangetroffen in klager zijn melkfles volstond om klager individueel verantwoordelijk te houden voor de tuchtinbreuk, omdat dit minstens wees op (actieve) medeplichtigheid aan de tuchtinbreuk.

Klager kreeg een tuchtsanctie opgelegd van 15 dagen ATV. Dit valt binnen het wettelijke maximum van 30 dagen ATV. De klachtencommissie acht de sanctie bovendien redelijk, gegeven het tuchtrechtelijk verleden van klager, waaruit blijkt dat hij zich in een staat van recidive bevindt. Om bovenstaande redenen is de klacht ongegrond.