ORDEMAATREGEL - CELMUTATIE - GRONDSLAPEN - ART. 3 EVRM - TEGEMOETKOMING
De klacht is gericht tegen de beslissing om klager als derde persoon in een tweepersoonscel te plaatsen, waarbij klager op de grond moet slapen.
De klachtencommissie is ten eerste van oordeel dat de celmutatie geen repressief of bestraffend karakter heeft. De celmutatie moet los gezien worden van de straf die voortvloeit uit de tuchtbeslissing.
Klager werd naar aanleiding van de celmutatie als derde persoon op een kleinere tweepersoonscel geplaatst waardoor hij op de grond moest slapen. Artikel 3 EVRM verbiedt onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Het EHRM verduidelijkte dat er een sterk vermoeden is dat de opsluiting strijdig is met het verbod op onmenselijke behandeling, wanneer een gedetineerde beschikt over minder dan 3m² in een meerpersoonscel. De klachtencommissie stelt vast dat er in dit geval wel degelijk een sterk vermoeden is dat de opsluiting van klager in strijd is met het verbod op onmenselijke behandeling. Het vermoeden kan in dit geval niet worden weerlegd. De situatie waarin klager verbleef was in strijd met artikel 3 EVRM.
Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing tot plaatsing van klager als derde persoon in een tweepersoonscel. De klachtencommissie kent één extra familiaal bezoek toe als tegemoetkoming.
De klacht is gericht tegen de beslissing om klager als derde persoon in een tweepersoonscel te plaatsen, waarbij klager op de grond moet slapen.
De klachtencommissie is ten eerste van oordeel dat de celmutatie geen repressief of bestraffend karakter heeft. De celmutatie moet los gezien worden van de straf die voortvloeit uit de tuchtbeslissing.
Klager werd naar aanleiding van de celmutatie als derde persoon op een kleinere tweepersoonscel geplaatst waardoor hij op de grond moest slapen. Artikel 3 EVRM verbiedt onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Het EHRM verduidelijkte dat er een sterk vermoeden is dat de opsluiting strijdig is met het verbod op onmenselijke behandeling, wanneer een gedetineerde beschikt over minder dan 3m² in een meerpersoonscel. De klachtencommissie stelt vast dat er in dit geval wel degelijk een sterk vermoeden is dat de opsluiting van klager in strijd is met het verbod op onmenselijke behandeling. Het vermoeden kan in dit geval niet worden weerlegd. De situatie waarin klager verbleef was in strijd met artikel 3 EVRM.
Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing tot plaatsing van klager als derde persoon in een tweepersoonscel. De klachtencommissie kent één extra familiaal bezoek toe als tegemoetkoming.