Ga verder naar de inhoud

KC02/25-0129

Gegrond KC - Antwerpen Klachtencommissie Andere beslissing directeur
ARBEID - ONTSLAG

De klacht betreft de beslissing tot afzetting van werk van de directie van de gevangenis van Antwerpen.

Een gedetineerde moet een klacht over een beslissing van de directie in principe indienen binnen de zeven dagen nadat hij kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen. Opdat de termijn van zeven dagen aanvang neemt, is het bovendien vereist dat de kennisgeving gepaard gaat met het in kennis stellen van de beroepsmogelijkheden die de gedetineerde tegen deze beslissing heeft. De beslissing in dit dossier zou dateren van 13 juni 2025. De klacht werd gedateerd op 8 juli 2025. Aangezien er geen schriftelijke beslissing is genomen door de directie, kan de klachtencommissie niet nagaan wanneer de beslissing werd genomen en wanneer klager in kennis werd gesteld van deze beslissing. De klachtencommissie kan evenmin nagaan of en wanneer klager op de hoogte werd gebracht van de beroepsmogelijkheden, en of hij specifiek op de hoogte werd gebracht van de vereiste dat de klacht binnen de zeven dagen na kennisgeving moet worden ingediend (zoals wel uitdrukkelijk wordt vermeld in een schriftelijke beslissing). Deze onduidelijkheid wordt in het voordeel van klager uitgelegd. De klachtencommissie verklaart de klacht dan ook naar termijn ontvankelijk.

In de richtlijnen van de Directie Juridische Dienst van 28 november 2024 over “Arbeid – tucht – veiligheidsmaatregel” worden mogelijke situaties met betrekking tot de afzetting van werk beschreven, die elk met bepaalde gevolgen gepaard gaan.

De klachtencommissie stelt vast dat de situatie van klager valt onder de situatie dat de gedetineerde niet langer geschikt is voor de arbeidspost. Deze richtlijnen bepalen dat dit tot onmiddellijk gevolg heeft dat de gedetineerde wordt afgezet van werk. Die maatregel moet in alle gevallen schriftelijk worden genomen en gemotiveerd. De motivering moet de gedetineerde toelaten te begrijpen waarom hij niet langer als “geschikt” wordt beschouwd. De klachtencommissie stelt vast dat de directie geen ordemaatregel tot afzetting van werk heeft genomen. De beslissing werd dus genomen in strijd met de bepalingen uit bovengenoemde richtlijn. Dat klager meteen een andere job aangeboden kreeg, doet hieraan niets af.

De klacht is bijgevolg gegrond. Uit de klacht blijkt wel dat klager op de hoogte is waarom hij werd afgezet van zijn werk. Er is dus voldaan aan de motiveringsplicht. De klachtencommissie draagt de directie daarom op om binnen de zeven dagen volgend op de kennisgeving van deze beslissing een nieuwe beslissing te nemen, waarbij de formaliteiten van de dienstnota worden nageleefd en een ordemaatregel wordt genomen met vermelding van de reden van het ontslag.