VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING
De klacht is gericht tegen de voorlopige maatregel waarbij klager werd uitgesloten van het werk. Uit het meldingsverslag blijkt dat klager zeer afwezig was op het werk en dat er gezegd werd dat dit zou zijn door het toegenomen gebruik van verboden middelen. De directie meende dat er een gevaar voor de orde of de veiligheid was, en motiveerde haar beslissing als volgt: “Voldoet niet als keukenwerker”.
De motivering van een beslissing van de directeur moet de gedetineerde toelaten om te begrijpen waarom een bepaalde beslissing werd genomen. Voorliggende beslissing stelt de gedetineerde daartoe niet in staat. Hoewel de directie verwijst naar het meldingsverslag van 31 augustus 2025, is het voor de klachtencommissie onduidelijk of klager hier kennis van heeft en dus kennis heeft gekregen van de achterliggende redenen van de beslissing. Bovendien vertolkt het meldingsverslag uitsluitend het standpunt van de beambte en niet zozeer dat van de directie.
De klachtencommissie besluit dat de directie in haar beslissing op geen enkele manier motiveert waarom zij het gedrag van klager kwalificeerde als “een gevaar voor de orde of de veiligheid” en waarom ze overging tot het opleggen van een voorlopige maatregel “niet werken”. Het is voor klager, op basis van de motivering, onduidelijk welke elementen hebben geleid tot het nemen van de beslissing. De beslissing voldoet dus niet aan de motiveringsplicht van artikel 8 van de Basiswet.
Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.
De klacht is gericht tegen de voorlopige maatregel waarbij klager werd uitgesloten van het werk. Uit het meldingsverslag blijkt dat klager zeer afwezig was op het werk en dat er gezegd werd dat dit zou zijn door het toegenomen gebruik van verboden middelen. De directie meende dat er een gevaar voor de orde of de veiligheid was, en motiveerde haar beslissing als volgt: “Voldoet niet als keukenwerker”.
De motivering van een beslissing van de directeur moet de gedetineerde toelaten om te begrijpen waarom een bepaalde beslissing werd genomen. Voorliggende beslissing stelt de gedetineerde daartoe niet in staat. Hoewel de directie verwijst naar het meldingsverslag van 31 augustus 2025, is het voor de klachtencommissie onduidelijk of klager hier kennis van heeft en dus kennis heeft gekregen van de achterliggende redenen van de beslissing. Bovendien vertolkt het meldingsverslag uitsluitend het standpunt van de beambte en niet zozeer dat van de directie.
De klachtencommissie besluit dat de directie in haar beslissing op geen enkele manier motiveert waarom zij het gedrag van klager kwalificeerde als “een gevaar voor de orde of de veiligheid” en waarom ze overging tot het opleggen van een voorlopige maatregel “niet werken”. Het is voor klager, op basis van de motivering, onduidelijk welke elementen hebben geleid tot het nemen van de beslissing. De beslissing voldoet dus niet aan de motiveringsplicht van artikel 8 van de Basiswet.
Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.