TUCHT - PROPORTIONALITEIT
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing waarbij klager werd gesanctioneerd met 20 dagen ATV wegens de tuchtinbreuk ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’.
Het RAD schetst de situatie waarbij er tijdens de wandeling spanningen heersten tussen klager en enkele medegedetineerden. De beambte beschrijft hoe klager werd aangevallen door een medegedetineerde en klager de medegedetineerde probeerde terug te slaan. Klager werd meermaals tegengehouden en door andere gedetineerden gekalmeerd, maar kon alsnog tot bij zijn agressor geraken en hem een slag toebrengen.
Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 5 september 2025 ontkent klager de feiten niet. Hij geeft aan dat de medegedetineerde hem een eerste slag toediende, dat hij zich verdedigd heeft en zich niet laat doen. Volgens klager was er louter sprake van zelfverdediging.
De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijk is. De directie kon de feiten op basis van dit RAD en de verklaringen van klager bewezen kon achten en aan hem toerekenen. Zij kwalificeerde de feiten terecht als een opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en heeft haar beslissing ook afdoende gemotiveerd.
Klager betwist de feiten op zich niet, maar meent louter dat de tuchtsanctie te hoog is, te meer omdat hij even hard gesanctioneerd werd als de aanstoker.
De weerhouden tuchtinbreuk betreft een inbreuk van de eerste categorie die gesanctioneerd kan worden met maximaal 30 dagen afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (ATV). De sanctie van 20 dagen ATV is dan ook wettig.
De klachtencommissie stelt aan de hand van het RAD vast dat er sprake is geweest van meer dan loutere zelfverdediging. De slag die uitging van klager was inderdaad een reactie op de aanval van de medegedetineerde, maar uit het RAD blijkt ook dat klager de medegedetineerde achteraf bleef opzoeken. De directie stelt hierover in haar beslissing dat klager door zijn agressief gedrag de psychische en fysieke integriteit van de medegedetineerde in gevaar heeft gebracht en meent dat deze feiten getuigen van een verregaande normeloosheid waarbij de fysieke integriteit van andere wordt geschaad. De klachtencommissie meent dan ook dat de sanctie niet onredelijk of onbillijk is, gelet op de ernst van de feiten. Wat betreft het gegeven dat de medegedetineerde dezelfde sanctie zou hebben gekregen, wenst de klachtencommissie te benadrukken dat de straftoemeting individueel is en dat de directeur de keuze heeft om over de aard en de omvang van de tuchtsanctie te beslissen, rekening houdend met de wettelijk bepaalde maximumsanctie en de evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de sanctie.
Om deze reden is de klacht niet gegrond.
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing waarbij klager werd gesanctioneerd met 20 dagen ATV wegens de tuchtinbreuk ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’.
Het RAD schetst de situatie waarbij er tijdens de wandeling spanningen heersten tussen klager en enkele medegedetineerden. De beambte beschrijft hoe klager werd aangevallen door een medegedetineerde en klager de medegedetineerde probeerde terug te slaan. Klager werd meermaals tegengehouden en door andere gedetineerden gekalmeerd, maar kon alsnog tot bij zijn agressor geraken en hem een slag toebrengen.
Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting van 5 september 2025 ontkent klager de feiten niet. Hij geeft aan dat de medegedetineerde hem een eerste slag toediende, dat hij zich verdedigd heeft en zich niet laat doen. Volgens klager was er louter sprake van zelfverdediging.
De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijk is. De directie kon de feiten op basis van dit RAD en de verklaringen van klager bewezen kon achten en aan hem toerekenen. Zij kwalificeerde de feiten terecht als een opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee en heeft haar beslissing ook afdoende gemotiveerd.
Klager betwist de feiten op zich niet, maar meent louter dat de tuchtsanctie te hoog is, te meer omdat hij even hard gesanctioneerd werd als de aanstoker.
De weerhouden tuchtinbreuk betreft een inbreuk van de eerste categorie die gesanctioneerd kan worden met maximaal 30 dagen afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (ATV). De sanctie van 20 dagen ATV is dan ook wettig.
De klachtencommissie stelt aan de hand van het RAD vast dat er sprake is geweest van meer dan loutere zelfverdediging. De slag die uitging van klager was inderdaad een reactie op de aanval van de medegedetineerde, maar uit het RAD blijkt ook dat klager de medegedetineerde achteraf bleef opzoeken. De directie stelt hierover in haar beslissing dat klager door zijn agressief gedrag de psychische en fysieke integriteit van de medegedetineerde in gevaar heeft gebracht en meent dat deze feiten getuigen van een verregaande normeloosheid waarbij de fysieke integriteit van andere wordt geschaad. De klachtencommissie meent dan ook dat de sanctie niet onredelijk of onbillijk is, gelet op de ernst van de feiten. Wat betreft het gegeven dat de medegedetineerde dezelfde sanctie zou hebben gekregen, wenst de klachtencommissie te benadrukken dat de straftoemeting individueel is en dat de directeur de keuze heeft om over de aard en de omvang van de tuchtsanctie te beslissen, rekening houdend met de wettelijk bepaalde maximumsanctie en de evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de sanctie.
Om deze reden is de klacht niet gegrond.