Ga verder naar de inhoud

KC02/26-0047

Gegrond KC - Antwerpen Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - UITVOERING - ZORGPLICHT _ TUCHT - KWALIFICATIE - MOTIVERING

De klacht gaat over (de uitvoering van) een voorlopige maatregel en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Antwerpen.

- De (uitvoering van) de voorlopige maatregel

De klachtencommissie meent dat uit de motivering van de voorlopige maatregel, waarin wordt verwezen naar het RAD dat een incident met klager beschrijft waarbij hij verbaal agressief werd, het personeel begon uit te schelden en een aansteker stukgooide, voldoende blijkt dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast, wat een plaatsing in de beveiligde cel verantwoordde.

Klager beklaagt zich daarnaast over de omstandigheden in de beveiligde cel. Hij zegt geen deken, eten of water te hebben gekregen tijdens zijn verblijf aldaar. Tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie zet hij de details van de plaatsing en de omstandigheden in de cel verder uiteen.

De directeur draagt er zorg voor dat de gedetineerde ondergebracht in de beveiligde cel – onder andere – de maaltijden kan gebruiken onder betamelijke omstandigheden, behoorlijke kledij en schoeisel van de gevangenis ter beschikking krijgt en zijn uiterlijk en lichamelijke hygiëne fatsoenlijk kan verzorgen.

De klachtencommissie meent op basis van de verklaringen dat er ernstige twijfel bestaat over de exacte omstandigheden van klagers verblijf in de beveiligde cel; meer bepaald of de omstandigheden conform de Basiswet waren. Zij is van oordeel dat klagers verklaringen omtrent het niet ter beschikking hebben van een deken en het niet ontvangen van maaltijden en water gedurende zijn verblijf, geloofwaardig zijn en meent dat klager zijn beweringen aannemelijk maakt door tijdens de hoorzitting gedetailleerd te vertellen over de precieze omstandigheden van zijn verblijf. De beweringen worden naar het oordeel van de klachtencommissie niet weerlegd.

De klachtencommissie besluit dat de directie niet heeft voldaan aan haar zorgplicht (artikel 113, §2 van de Basiswet).

Om deze reden is de klacht gedeeltelijk gegrond. De directie kon op basis van de feiten beslissen om klager op de beveiligde cel te plaatsen, maar heeft tijdens zijn verblijf aldaar niet aan haar zorgplicht voldaan. Klager gaf in zijn klachtenformulier geen tegemoetkoming op, zodat de klachtencommissie verder geen tegemoetkoming toekent.

De klachtencommissie nodigt de directie uit om strikter toe te zien op de omstandigheden waarin een gedetineerde in de beveiligde cel wordt geplaatst en verblijft, gezien de grote impact van dergelijke zware maatregel.

- De tuchtbeslissing

De klachtencommissie meent dat het RAD, dat mee wordt ondertekend door een getuige, de rol van klager voldoende duidelijk omschrijft. De concrete uitlatingen van klager worden echter niet opgenomen.

De directie kwalificeert de feiten als ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’, ‘de opzettelijke aantasting van de orde’ en ‘het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden’.

De klachtencommissie kan uit het dossier niet achterhalen welke feiten de directie kwalificeert als ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’. Mogelijk betreft dit de verbale agressie, doch is het onduidelijk waaruit de verbale agressie precies bestond. De klachtencommissie meent hierdoor niet te kunnen besluiten dat er sprake was van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee.

De directie meent ook dat er sprake is van het beledigen van het personeel. Klager zou verbaal agressief zijn geworden en luid zijn beginnen roepen en schelden. De gebeurtenissen worden zeer algemeen beschreven, waardoor de klachtencommissie niet kan opmaken dat er werkelijk sprake is van beledigingen ten aanzien van het personeel. De klachtencommissie meent dat ook deze tuchtinbreuk niet kan worden weerhouden.

De klachtencommissie leidt uit de tuchtbeslissing af dat de directie meende dat klager door zijn dreigende taal en houding een totaal gebrek aan respect toonde voor het personeelslid en ernstige hinder en vertraging heeft veroorzaakt aan de grote beweging van de wandeling, met gevolgen voor de werking binnen de hele inrichting en daardoor de orde werd aangetast. De klachtencommissie meent dat de feiten van opzettelijke aantasting van de orde zijn bewezen en aan klager toe te rekenen zijn. De directie heeft de feiten ook correct gekwalificeerd en voldoende gemotiveerd.

De klachtencommissie besluit dat de directie slechts één van de tuchtinbreuken kon weerhouden, m.n. ‘de opzettelijke aantasting van de orde’. De twee andere tuchtinbreuken zijn onvoldoende bewezen en gemotiveerd en dienen te worden geschrapt.

Ook in het geval van één tuchtinbreuk, kan de opsluiting in de strafcel worden opgelegd. De sanctie was dus wettig. De klachtencommissie meent dat de sanctie, gelet op de feiten, ook redelijk en billijk was.

De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de kwalificaties ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ en ‘het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden’. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan. De klachtencommissie draagt de directie op om het tuchtregister van klager op deze manier aan te passen.