KC02/26-0051
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Antwerpen
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Geen beslissing directeur
CELCONTROLE - PERSONEEL - GEEN BESLISSING DIRECTEUR
De klacht gaat over het handelen van een beambte van de gevangenis van Antwerpen binnen en buiten de context van een celcontrole.
- De uitvoering van de celcontrole
In essentie voert klager aan een beambte zich tijdens de uitvoering van een celcontrole fysiek en verbaal agressief gedroeg. Volgens de directie klopt het dat er sprake was van een discussie, maar lag klagers gedrag aan de oorsprong hiervan. Terwijl klager meent dat de camerabeelden zijn versie van de feiten ondersteunen, is er volgens de directie op de beelden niets bezwarends te zien.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie de feiten heeft onderzocht van zodra ze hier via de commissie van toezicht kennis van kreeg. Zo heeft ze de betrokken beambten bevraagd en de camerabeelden van het incident bekeken. Op basis hiervan besluit de directie dat klagers verklaringen niet bewezen zijn.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de feiten zorgvuldig heeft onderzocht. Zij meent ook dat op basis van de camerabeelden – die weliswaar enkel de feiten op de gang filmen, en niet deze die zich binnenin de cel hebben afgespeeld – onvoldoende kan worden vastgesteld wat de context en het exacte verloop was van de feiten. Er kan hieruit evenmin worden besloten dat de beambte het incident heeft uitgelokt of dat klager fysiek en verbaal agressief werd bejegend door de beambte. Ook de informatie die de directie later heeft ingewonnen bij de getuigen, ondersteunen klagers versie van de feiten niet.
De klachtencommissie meent dat er onvoldoende aanwijzingen zijn om te besluiten dat het onderzoek aan de verblijfsruimte is gebeurd in strijd met de eerbiediging van de menselijke waardigheid en de persoonlijke levenssfeer van klager.
De klacht is ongegrond.
- Het feitelijk handelen van de beambte
Een ander aspect van de klacht gaat over de manier waarop klager – in het algemeen – wordt bejegend door de beambte. Dit kan, in tegenstelling tot bovenstaande, niet in verbinding worden gebracht met een beslissing van de directeur. Zoals hoger aangehaald, heeft de directie de aantijgingen onderzocht van zodra zij hiervan op de hoogte werd gesteld, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie.
De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.
De klacht gaat over het handelen van een beambte van de gevangenis van Antwerpen binnen en buiten de context van een celcontrole.
- De uitvoering van de celcontrole
In essentie voert klager aan een beambte zich tijdens de uitvoering van een celcontrole fysiek en verbaal agressief gedroeg. Volgens de directie klopt het dat er sprake was van een discussie, maar lag klagers gedrag aan de oorsprong hiervan. Terwijl klager meent dat de camerabeelden zijn versie van de feiten ondersteunen, is er volgens de directie op de beelden niets bezwarends te zien.
De klachtencommissie stelt vast dat de directie de feiten heeft onderzocht van zodra ze hier via de commissie van toezicht kennis van kreeg. Zo heeft ze de betrokken beambten bevraagd en de camerabeelden van het incident bekeken. Op basis hiervan besluit de directie dat klagers verklaringen niet bewezen zijn.
De klachtencommissie is van oordeel dat de directie de feiten zorgvuldig heeft onderzocht. Zij meent ook dat op basis van de camerabeelden – die weliswaar enkel de feiten op de gang filmen, en niet deze die zich binnenin de cel hebben afgespeeld – onvoldoende kan worden vastgesteld wat de context en het exacte verloop was van de feiten. Er kan hieruit evenmin worden besloten dat de beambte het incident heeft uitgelokt of dat klager fysiek en verbaal agressief werd bejegend door de beambte. Ook de informatie die de directie later heeft ingewonnen bij de getuigen, ondersteunen klagers versie van de feiten niet.
De klachtencommissie meent dat er onvoldoende aanwijzingen zijn om te besluiten dat het onderzoek aan de verblijfsruimte is gebeurd in strijd met de eerbiediging van de menselijke waardigheid en de persoonlijke levenssfeer van klager.
De klacht is ongegrond.
- Het feitelijk handelen van de beambte
Een ander aspect van de klacht gaat over de manier waarop klager – in het algemeen – wordt bejegend door de beambte. Dit kan, in tegenstelling tot bovenstaande, niet in verbinding worden gebracht met een beslissing van de directeur. Zoals hoger aangehaald, heeft de directie de aantijgingen onderzocht van zodra zij hiervan op de hoogte werd gesteld, waardoor er ook geen sprake is van een verzuim van de directie.
De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.