Ga verder naar de inhoud

KC02/26-0090

Gegrond KC - Antwerpen Klachtencommissie Bijzondere veiligheidsmaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - MOTIVATIE

Klaagster kruiste op het klachtenformulier eveneens ‘tuchtbeslissing’ aan, maar op zitting werd duidelijk dat de klacht enkel betrekking heeft op de BVM en niet op de tuchtbeslissing. Om deze redenen beperkt de klachtencommissie zich tot het beoordelen van de klacht over de BVM.

De klachtencommissie stelt vast dat de BVM louter werd gebaseerd op het meldingsverslag, waarbij één medegedetineerde een verklaring aflegde over klaagster. Hoewel de directie na het horen van klaagster stelt het te zullen nakijken, blijkt uit het dossier op geen enkele manier of en welk bijkomend onderzoek naar de feiten de directie heeft gevoerd, zoals het bekijken van de camerabeelden waar klaagster naar verwijst of het horen van getuigen die de melding van één medegedetineerde kunnen bevestigen. Volgens de klachtencommissie is de beslissing van de directie om op basis van voorliggende informatie een BVM op te leggen dan ook voorbarig en gebaseerd op onvoldoende concrete elementen en aanwijzingen voor het bestaan van een gevaar voor de orde of de veiligheid.

Daarnaast stelt de klachtencommissie vast dat de maatregelen niet apart gemotiveerd werden. De directie moet motiveren waarom zij een bepaalde veiligheidsmaatregel noodzakelijk acht. De klachtencommissie vindt het belangrijk om te benadrukken dat een standaardmotivering onvoldoende is. Eveneens wenst de klachtencommissie te benadrukken dat het niet de bedoeling is dat de plaatsing in de beveiligde cel standaard wordt opgenomen in de BVM, wanneer de plaatsing op de beveiligde cel op dat moment niet noodzakelijk wordt geacht.

Om deze redenen is de klacht ontvankelijk en gegrond.