FOUILLE - TERMIJN
Klager stelt in zijn klacht dat hij onterecht werd onderworpen aan een naaktfouille na de wandeling. Klager en de directie zijn het oneens over hoeveel keren de metaaldetectie dient af te gaan, vooraleer er wordt overgegaan tot een naaktfouille. De klachtcommissie meent dat het herhaaldelijk afgaan van de metaaldetectie na de wandeling aanwijzingen kunnen zijn voor de noodzaak tot een naaktfouille. De beslissing is volgens de Klachtencommissie dan ook correct genomen. De individuele aanwijzingen zijn voldoende en schriftelijk gemotiveerd in de beslissing.
De directeur moet de beslissing tot fouille schriftelijk aan de gedetineerde bezorgen uiterlijk 24 uur nadat de fouille plaatsgevonden heeft. De directie erkent dat de fouillebeslissing te laat is betekend aan klager. De termijn tot betekening is echter een termijn van orde en geen vervaltermijn (RvS 4 februari 2016, nr. 233.744): de Basiswet voorziet immers geen sanctie voor de overschrijding van de termijn. Er zijn geen elementen die de redelijkheid van de gebruikte termijnen tegenspreken of die aantonen dat de klager benadeeld werd door later te worden gehoord.
De klacht tegen de fouillebeslissing is ongegrond.
Klager stelt in zijn klacht dat hij onterecht werd onderworpen aan een naaktfouille na de wandeling. Klager en de directie zijn het oneens over hoeveel keren de metaaldetectie dient af te gaan, vooraleer er wordt overgegaan tot een naaktfouille. De klachtcommissie meent dat het herhaaldelijk afgaan van de metaaldetectie na de wandeling aanwijzingen kunnen zijn voor de noodzaak tot een naaktfouille. De beslissing is volgens de Klachtencommissie dan ook correct genomen. De individuele aanwijzingen zijn voldoende en schriftelijk gemotiveerd in de beslissing.
De directeur moet de beslissing tot fouille schriftelijk aan de gedetineerde bezorgen uiterlijk 24 uur nadat de fouille plaatsgevonden heeft. De directie erkent dat de fouillebeslissing te laat is betekend aan klager. De termijn tot betekening is echter een termijn van orde en geen vervaltermijn (RvS 4 februari 2016, nr. 233.744): de Basiswet voorziet immers geen sanctie voor de overschrijding van de termijn. Er zijn geen elementen die de redelijkheid van de gebruikte termijnen tegenspreken of die aantonen dat de klager benadeeld werd door later te worden gehoord.
De klacht tegen de fouillebeslissing is ongegrond.