TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - KWALIFICATIE INBREUK
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van 25 april 2022 van 14 dagen zonder keukenmoment voor het zich zonder toelating bevinden in de keuken. De Klachtencommissie wijst er op dat de bepaling in het HHR een louter hernemen is van de artikelen 105 en 106 van de Basiswet. Deze bepaling kan niet als grondslag dienen om als een soort van ‘vangnetbepaling’ om om het even welk gedrag, dat niet onder een van de andere tuchtinbreuken zoals bepaald in de wet kan ondergebracht worden, als tuchtinbreuk aan te merken.
Het niet proper achterlaten van de keuken en het niet opvolgen van de richtlijnen van het personeel door klager moet geherkwalificeerd worden tot de tuchtrechtelijk inbreuken van “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis” en “het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen” . De tuchtinbreuk is dus wel bewezen.
De klager werd een bijzondere sanctie opgelegd, met name het verbod om deel te nemen aan het keukenmoment voor 14 dagen. Er is een verband tussen de bijzondere sanctie en de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk. De opgelegde sanctie is redelijk en billijk.
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van 25 april 2022 van 14 dagen zonder keukenmoment voor het zich zonder toelating bevinden in de keuken. De Klachtencommissie wijst er op dat de bepaling in het HHR een louter hernemen is van de artikelen 105 en 106 van de Basiswet. Deze bepaling kan niet als grondslag dienen om als een soort van ‘vangnetbepaling’ om om het even welk gedrag, dat niet onder een van de andere tuchtinbreuken zoals bepaald in de wet kan ondergebracht worden, als tuchtinbreuk aan te merken.
Het niet proper achterlaten van de keuken en het niet opvolgen van de richtlijnen van het personeel door klager moet geherkwalificeerd worden tot de tuchtrechtelijk inbreuken van “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis” en “het niet of onvoldoende rein houden van de verblijfsruimte en de gemeenschappelijke lokalen of het bevuilen van terreinen” . De tuchtinbreuk is dus wel bewezen.
De klager werd een bijzondere sanctie opgelegd, met name het verbod om deel te nemen aan het keukenmoment voor 14 dagen. Er is een verband tussen de bijzondere sanctie en de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk. De opgelegde sanctie is redelijk en billijk.