KC04/23-0006
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Beveren
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Voorlopige maatregel
Tucht
Fouille op het lichaam
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - FOUILLE
Gelet op de geurwaarneming op de cel van klager acht de klachtencommissie het niet onredelijk dat een fouillebeslissing wordt bevolen. Uit de motivering blijkt dat de directeur meent dat er individuele aanwijzingen zijn die een naaktfouille rechtvaardigen.
De voorlopige maatregel kon worden opgelegd gelet op de geurwaarneming en de daaropvolgende vondst van de verdachte substantie.
De tuchtbeslissing van 7 januari 2023 is een beslissing die door de directeur ten aanzien van klager werd genomen. De klacht van klager is echter gedateerd en opgesteld op 5 januari 2023. De klacht kan dus niet gericht zijn tegen de tuchtbeslissing die pas van 7 januari 2023 dateert. In zoverre de klacht gericht is tegen de tuchtbeslissing, is ze onontvankelijk.
Op 5 januari 2023 heeft klager kennis gekregen via “mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure” dat er een tuchtprocedure zou worden opgestart. De bevoegdheid om te beslissen om al dan niet een tuchtprocedure op te starten komt toe aan de directeur. Dit betreft dus wel een beslissing van de directeur waartegen klager klacht kan indienen. Voor zover de klacht tegen deze beslissing gericht is, is ze ongegrond.
Gelet op de geurwaarneming op de cel van klager acht de klachtencommissie het niet onredelijk dat een fouillebeslissing wordt bevolen. Uit de motivering blijkt dat de directeur meent dat er individuele aanwijzingen zijn die een naaktfouille rechtvaardigen.
De voorlopige maatregel kon worden opgelegd gelet op de geurwaarneming en de daaropvolgende vondst van de verdachte substantie.
De tuchtbeslissing van 7 januari 2023 is een beslissing die door de directeur ten aanzien van klager werd genomen. De klacht van klager is echter gedateerd en opgesteld op 5 januari 2023. De klacht kan dus niet gericht zijn tegen de tuchtbeslissing die pas van 7 januari 2023 dateert. In zoverre de klacht gericht is tegen de tuchtbeslissing, is ze onontvankelijk.
Op 5 januari 2023 heeft klager kennis gekregen via “mededeling aan de gedetineerde inzake de tuchtprocedure” dat er een tuchtprocedure zou worden opgestart. De bevoegdheid om te beslissen om al dan niet een tuchtprocedure op te starten komt toe aan de directeur. Dit betreft dus wel een beslissing van de directeur waartegen klager klacht kan indienen. Voor zover de klacht tegen deze beslissing gericht is, is ze ongegrond.