KC04/23-0014
Ongegrond
Gegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Tucht
Ordemaatregel
TUCHT - ORDEMAATREGEL - ONTSLAG - ARBEID
De tuchtbeslissing legt 5 dagen ATV op voor “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”: een tuchtinbreuk van de eerste categorie. De tuchtbeslissing is gebaseerd op het rapport dat beschrijft hoe klager tegen de beambte – schrijver van het rapport – woest heeft gebruld. Klager zou met zijn gezicht tot op 10 cm van het gezicht van de beambte zijn gaan staan. De directie motiveert in de tuchtbeslissing dat ze de verklaring van klager ongeloofwaardig acht en dat zij de inhoud van het rapport gelooft. Volgens de klachtencommissie kon de directie op basis van het rapport en de verklaring van de beambte klager schuldig achten aan de tuchtinbreuk. Een sanctie van 5 dagen ATV is wettelijk, redelijk en billijk. De tuchtprocedure is correct verlopen, de tuchtbeslissing is gemotiveerd. De klacht is ongegrond.
Door de ordemaatregel tegelijk met de tuchtsanctie op te leggen, doet de maatregel zich voor als een dubbele (verdoken) tuchtsanctie, aangezien de afzetting werk lijkt te zijn genomen met als doel de gedetineerde bijkomend te bestraffen voor de feiten uit het RAD, bovenop de tuchtsanctie van ATV. Door klager te samen met de algemene tuchtsanctie van ATV ook te ontslaan, omzeilt de directeur
met andere woorden het cumulverbod. De directie had dan ook de keuze om ofwel de algemene tuchtsanctie van ATV op te leggen, ofwel de bijzondere tuchtsanctie van het verbod om deel te nemen aan werk in gemeenschappelijk verband (artikel 133, 6° Basiswet).
De thans voorliggende ontslagbeslissing blijkt echter louter gebaseerd op de voorgaande tuchtinbreuk die op zichzelf een vertrouwensbreuk inhoudt volgens de directie. Hoewel de klachtencommissie kan begrijpen dat een dergelijke tuchtinbreuk op zich geen vertrouwen inboezemt, werd klager hiervoor gepast gestraft. De ordemaatregel is onwettig en moet vernietigd worden.
De tuchtbeslissing legt 5 dagen ATV op voor “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”: een tuchtinbreuk van de eerste categorie. De tuchtbeslissing is gebaseerd op het rapport dat beschrijft hoe klager tegen de beambte – schrijver van het rapport – woest heeft gebruld. Klager zou met zijn gezicht tot op 10 cm van het gezicht van de beambte zijn gaan staan. De directie motiveert in de tuchtbeslissing dat ze de verklaring van klager ongeloofwaardig acht en dat zij de inhoud van het rapport gelooft. Volgens de klachtencommissie kon de directie op basis van het rapport en de verklaring van de beambte klager schuldig achten aan de tuchtinbreuk. Een sanctie van 5 dagen ATV is wettelijk, redelijk en billijk. De tuchtprocedure is correct verlopen, de tuchtbeslissing is gemotiveerd. De klacht is ongegrond.
Door de ordemaatregel tegelijk met de tuchtsanctie op te leggen, doet de maatregel zich voor als een dubbele (verdoken) tuchtsanctie, aangezien de afzetting werk lijkt te zijn genomen met als doel de gedetineerde bijkomend te bestraffen voor de feiten uit het RAD, bovenop de tuchtsanctie van ATV. Door klager te samen met de algemene tuchtsanctie van ATV ook te ontslaan, omzeilt de directeur
met andere woorden het cumulverbod. De directie had dan ook de keuze om ofwel de algemene tuchtsanctie van ATV op te leggen, ofwel de bijzondere tuchtsanctie van het verbod om deel te nemen aan werk in gemeenschappelijk verband (artikel 133, 6° Basiswet).
De thans voorliggende ontslagbeslissing blijkt echter louter gebaseerd op de voorgaande tuchtinbreuk die op zichzelf een vertrouwensbreuk inhoudt volgens de directie. Hoewel de klachtencommissie kan begrijpen dat een dergelijke tuchtinbreuk op zich geen vertrouwen inboezemt, werd klager hiervoor gepast gestraft. De ordemaatregel is onwettig en moet vernietigd worden.