Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0031

Ongegrond KC - Beveren Klachtencommissie Tucht Fouille op het lichaam
FOUILLE LICHAAM - TUCHT

De klacht is gericht tegen de uitvoering van de fouille aan het lichaam en een tuchtbeslissing.

Het in artikel 148 Basiswet omschreven toepassingsgebied dient extensief en niet beperkend te worden geïnterpreteerd.
Toegepast op de fouillering komt dit erop neer dat de klachtencommissie wel degelijk bevoegd is om te oordelen over de uitvoeringswijze van een fouillering op het lichaam die tot stand kwam via een beslissing van de directeur (feitelijk handelen dat in verbinding staat met een beslissing van de directeur). In de specifieke zaak maakt klager het niet op geloofwaardige wijze aannemelijk dat zijn fouillering op het lichaam op incorrecte en hardhandige wijze zou zijn uitgevoerd.
De klacht tegen de uitvoering van de fouille op het lichaam is ontvankelijk maar niet gegrond.

Het argument van de directie dat klager op de zitting de tuchtbeslissing niet meer betwist, betekent niet dat er geen sprake meer is van een klacht en dus dit deel onontvankelijk is. Klager deed op de zitting immers geen uitdrukkelijke klachtafstand van dit deel van de klacht. Op de zitting bleek dat klager en zijn raadsman de tuchtbeslissing niet betwisten. Hij erkent de feiten.
De klachtencommissie ziet verder geen onregelmatigheden in de tuchtprocedure en de daaropvolgende tuchtbeslissing. De tuchtsanctie staat in verhouding tot de gepleegde inbreuken.
De klacht tegen de tuchtbeslissing is ontvankelijk maar niet gegrond.