KC04/23-0125
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Beveren
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL – TUCHT – NIET ONTVANKELIJK – TERMIJN
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel. Gelet op het feit dat het niet toegelaten bezit van een telefoontoestel de gedetineerde in staat stelt om niet controleerbare communicatie te onderhouden met de buitenwereld, kon de directie volgens de klachtencommissie terecht beslissen dat er sprake was van een opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. Bovendien voerde de directie aan dat klager op het ogenblik van het nemen van de voorlopige maatregel nog maar enkele dagen in de gevangenis van Beveren verbleef. Zij kon het risico voor de veiligheid van de inrichting en de erin aanwezig personen daarom moeilijker inschatten. Dat de directie omwille van deze omstandigheden ten aanzien van klager meer voorzichtigheid aan de dag heeft gelegd dan ten aanzien van een andere gedetineerde die al langer in de gevangenis van Beveren verblijft, is naar het oordeel van de klachtencommissie begrijpelijk. De maatregel heeft geen bestraffend karakter en werd ook voldoende gemotiveerd. Deze eerste klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een nog niet bestaande tuchtbeslissing. Op het moment van het indienen van de klacht (6 mei 2023) was er nog geen tuchtbeslissing genomen. Een klacht dient betrekking te hebben op een beslissing die reeds bestaat op het moment van het indienen van de klacht. De tuchtbeslissing heeft als datum 9 mei 2023. Een klacht tegen een nog niet bestaande beslissing is niet mogelijk. Deze tweede klacht is niet ontvankelijk.
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel. Gelet op het feit dat het niet toegelaten bezit van een telefoontoestel de gedetineerde in staat stelt om niet controleerbare communicatie te onderhouden met de buitenwereld, kon de directie volgens de klachtencommissie terecht beslissen dat er sprake was van een opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. Bovendien voerde de directie aan dat klager op het ogenblik van het nemen van de voorlopige maatregel nog maar enkele dagen in de gevangenis van Beveren verbleef. Zij kon het risico voor de veiligheid van de inrichting en de erin aanwezig personen daarom moeilijker inschatten. Dat de directie omwille van deze omstandigheden ten aanzien van klager meer voorzichtigheid aan de dag heeft gelegd dan ten aanzien van een andere gedetineerde die al langer in de gevangenis van Beveren verblijft, is naar het oordeel van de klachtencommissie begrijpelijk. De maatregel heeft geen bestraffend karakter en werd ook voldoende gemotiveerd. Deze eerste klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een nog niet bestaande tuchtbeslissing. Op het moment van het indienen van de klacht (6 mei 2023) was er nog geen tuchtbeslissing genomen. Een klacht dient betrekking te hebben op een beslissing die reeds bestaat op het moment van het indienen van de klacht. De tuchtbeslissing heeft als datum 9 mei 2023. Een klacht tegen een nog niet bestaande beslissing is niet mogelijk. Deze tweede klacht is niet ontvankelijk.