TUCHT – SANCTIE
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van zeven dagen ATV (waarvan drie dagen met uitstel) wegens een tuchtinbreuk van eerste categorie (de opzettelijke aantasting van de orde) en een tuchtinbreuk van tweede categorie (het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel). Het incident ging over het feit dat klager, die werkt als fatik, weigerde om een borstel tijdelijk op zijn cel te houden, in weerwil van het bevel van een personeelslid, tijdens een beweging voor de wandeling. Klager gaf volgens de klachtencommissie evenwel een aannemelijke uitleg die zijn – weliswaar gefrustreerde – reactie in een bepaalde context plaatste. Klager verklaarde een aandoening te hebben waarvoor hij een medisch toestel op cel heeft. Hij was bang dat er in dit toestel stof zou terechtkomen.
Dat de directie er in dit specifieke dossier voor heeft gekozen om een tuchtprocedure te voeren, valt naar het oordeel van de klachtencommissie binnen haar discretionaire bevoegdheid. De klachtencommissie meent echter wel dat een oplossing buiten het tuchtregime evengoed tot een bevredigende oplossing had kunnen leiden. In het verweer wordt nog vermeld dat de directie het nodig vond om een (mild) signaal te geven omdat dergelijk gedrag van een sectiefatik niet getolereerd kan worden. Een berisping had volgens de directie niet volstaan. De klachtencommissie wijst er hierbij op dat een ATV een van de zwaarste tuchtsancties uit de Basiswet is. De klachtencommissie stelt vervolgens vast dat uit de motivering van de tuchtbeslissing niet blijkt dat de directie op enige wijze rekening heeft gehouden met de uitleg van klager, waaruit genoegzaam blijkt dat zijn – overdreven en gefrustreerde – reactie veroorzaakt werd door een bekommernis voor zijn eigen gezondheidstoestand. De klachtencommissie acht het onwettig en onredelijk dat klager voor deze feiten met een tuchtsanctie van zeven dagen ATV (waarvan drie voorwaardelijk) werd bestraft. De klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden tuchtbeslissing en bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing.
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van zeven dagen ATV (waarvan drie dagen met uitstel) wegens een tuchtinbreuk van eerste categorie (de opzettelijke aantasting van de orde) en een tuchtinbreuk van tweede categorie (het geen gevolg geven aan de aanmaningen en bevelen van het personeel). Het incident ging over het feit dat klager, die werkt als fatik, weigerde om een borstel tijdelijk op zijn cel te houden, in weerwil van het bevel van een personeelslid, tijdens een beweging voor de wandeling. Klager gaf volgens de klachtencommissie evenwel een aannemelijke uitleg die zijn – weliswaar gefrustreerde – reactie in een bepaalde context plaatste. Klager verklaarde een aandoening te hebben waarvoor hij een medisch toestel op cel heeft. Hij was bang dat er in dit toestel stof zou terechtkomen.
Dat de directie er in dit specifieke dossier voor heeft gekozen om een tuchtprocedure te voeren, valt naar het oordeel van de klachtencommissie binnen haar discretionaire bevoegdheid. De klachtencommissie meent echter wel dat een oplossing buiten het tuchtregime evengoed tot een bevredigende oplossing had kunnen leiden. In het verweer wordt nog vermeld dat de directie het nodig vond om een (mild) signaal te geven omdat dergelijk gedrag van een sectiefatik niet getolereerd kan worden. Een berisping had volgens de directie niet volstaan. De klachtencommissie wijst er hierbij op dat een ATV een van de zwaarste tuchtsancties uit de Basiswet is. De klachtencommissie stelt vervolgens vast dat uit de motivering van de tuchtbeslissing niet blijkt dat de directie op enige wijze rekening heeft gehouden met de uitleg van klager, waaruit genoegzaam blijkt dat zijn – overdreven en gefrustreerde – reactie veroorzaakt werd door een bekommernis voor zijn eigen gezondheidstoestand. De klachtencommissie acht het onwettig en onredelijk dat klager voor deze feiten met een tuchtsanctie van zeven dagen ATV (waarvan drie voorwaardelijk) werd bestraft. De klacht is ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden tuchtbeslissing en bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing.