Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0154

Ongegrond KC - Beveren Klachtencommissie Ordemaatregel
ORDEMAATREGEL - ONTSLAG

De klacht is gericht tegen een ordemaatregel, waarbij klager werd afgezet van zijn werk. De Basiswet voorziet dat de gedetineerde recht heeft om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid. Het is de directeur die instaat voor de toewijzing van deze beschikbare arbeid aan een gedetineerde die om arbeid verzocht heeft. De directeur oordeelt dus in beginsel vrij over de geschiktheid van de gedetineerde voor diens tewerkstelling op een bepaalde werkplaats of in een bepaalde (vertrouwens)functie, daarin begrensd door de vereisten van wettigheid, redelijkheid en billijkheid.

De richtlijnen van de Directie Juridische Dienst van 18 juni 2015 omtrent arbeid – tucht – veiligheidsmaatregel schrijven voor dat een gedetineerde door de directeur kan worden afgezet van werk met een ordemaatregel indien de gedetineerde niet geschikt is voor een arbeidspost.

Gelet op de houding van klager – het weigeren van “andersluidende instructies of uitleg” –, lijkt de bevinding van de directie inzake de ongeschiktheid van klager voor de betrokken arbeidspost de klachtencommissie niet onredelijk. Klagers eerdere werkervaring bevestigt bovendien deze houding.

Klager voert aan dat de directie hem niet heeft gehoord, alvorens over te gaan tot zijn afzetting. De directie daarentegen stelt dat er wel degelijk werd gepoogd om met klager te praten, maar dat klager dit heeft geweigerd. In elk geval, vereisen de richtlijnen van de Directie Juridische Dienst van 18 juni 2015 omtrent arbeid – tucht – veiligheidsmaatregel niet dat de directie de gedetineerde hoort, alvorens over te gaan tot de ordemaatregel. De beslissing van de directie is aldus conform de richtlijnen.

Om deze redenen is de klacht niet gegrond.