Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0157

Gegrond KC - Beveren Klachtencommissie Tucht Fouille op het lichaam
NAAKTFOUILLE - TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN

De eerste klacht is gericht tegen de beslissing tot fouille op het lichaam . De tweede klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing.

In de beslissing tot naaktfouille wordt niet beschreven waarom een onderzoek aan de kledij niet volstaat. Volgens vaste rechtspraak van de beroepscommissie is dit een reden om de beslissing van de directie te verbreken.
Ten overvloede merkt de klachtencommissie op dat de individuele aanwijzingen niet afdoende gemotiveerd zijn. Ten slotte verwijst de directie in haar schriftelijk verweer bijkomend naar het feit dat ervaring leert dat contrabanden vaak verstopt worden op het lichaam of in het ondergoed waardoor een fouille aan het lichaam noodzakelijk is. Dit is geen individuele aanwijzing.
Om deze redenen is de klacht tegen de fouille op het lichaam gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing tot fouille op het lichaam.

Klager is tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken (inbreuk van de eerste categorie) en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel (inbreuk van de tweede categorie).
De klachtencommissie is van oordeel dat de feiten bewezen zijn. De directie baseert zich op het RADD. Er is geen enkele reden om te twijfelen aan de inhoud van het rapport. Daarnaast stelt de advocaat van klager ter zitting dat de kwestie over de usb-sticks en de stereoketen duidelijk is. De tuchtinbreuken kon weerhouden worden ten aanzien van klager.
De klachtencommissie besluit dan ook dat de tuchtinbreuken bewezen zijn en dat deze correct werden gekwalificeerd in de tuchtbeslissing. Bij samenloop tussen tuchtrechtelijke inbreuken worden de verschillende inbreuken bestraft als één tuchtrechtelijke inbreuk van dezelfde categorie als de zwaarste van de samenlopende tuchtinbreuken. Voor een inbreuk van de eerste categorie kan ATV worden opgelegd voor maximaal 30 dagen. De beslissing om 21 dagen ATV op te leggen is bijgevolg wettig. De gegeven sanctie is bovendien niet onbillijk of onredelijk, gelet op de omstandigheden en de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager.