KC04/23-0163
Ongegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
TUCHT - VOORLOPIGE MAATREGEL - ARBEID
De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel.
De voorlopige maatregel is gemotiveerd en werd genomen door de directie. Gelet op het feit dat klager bedreigend gedrag vertoonde naar de koks toe en vooral, volgens verschillende getuigen, naar één van de koks spuwde, kon de directie volgens de klachtencommissie terecht beslissen dat er sprake was van een opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. De klacht tegen de voorlopige maatregel is niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing.
Het spuwen naar een medewerker is een aanslag op de fysieke integriteit. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de tuchtinbreuk correct werd gekwalificeerd. De opgelegde sanctie is niet onbillijk of onredelijk, gelet op de omstandigheden en de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager. De klacht tegen de tuchtbeslissing is niet gegrond.
De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel.
De voorlopige maatregel is gemotiveerd en werd genomen door de directie. Gelet op het feit dat klager bedreigend gedrag vertoonde naar de koks toe en vooral, volgens verschillende getuigen, naar één van de koks spuwde, kon de directie volgens de klachtencommissie terecht beslissen dat er sprake was van een opzettelijke aantasting van de interne veiligheid. De klacht tegen de voorlopige maatregel is niet gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing.
Het spuwen naar een medewerker is een aanslag op de fysieke integriteit. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de tuchtinbreuk correct werd gekwalificeerd. De opgelegde sanctie is niet onbillijk of onredelijk, gelet op de omstandigheden en de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager. De klacht tegen de tuchtbeslissing is niet gegrond.