Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0233

Ongegrond KC - Beveren Klachtencommissie Tucht
TUCHT - PROPORTIONALITEIT

Klager dient een klacht in tegen een tuchtbeslissing. Klager ontkent de feiten niet. De klacht richt zich tegen de redelijkheid van de beslissing. De raadsman van klager haalt hiervoor drie argumenten aan:
- “Bevindt zich momenteel in monocel, uitvoering van strafsanctie houdt een risico in dat hij naar een duocel wordt overgebracht (en vervolgens weer vanaf nul moet beginnen);
- Het tuchtrapport vermeldt dat klager werkzaam is;
- Hij heeft een SURB-zitting (verzoek enkelband aan SURB) en dient alle middelen (waaronder telefonie op cel) te kunnen benutten in kader van diens reclasseringsplan.”

Met betrekking tot het eerste argument, meent de klachtencommissie dat raadsman met het “risico dat hij naar een duocel wordt overgebracht” doelt op het feit dat klager wordt geplaatst op een gesloten regime (in een duocel). Dit is weliswaar duidelijk voorzien in leefreglement van het open regime. De regimemutatie, waarbij klager zijn monocel heeft verloren, is aldus een voorzienbaar gevolg van een tuchtrechtelijke inbreuk. Klager kon de gevolgen van zijn daden dus inschatten.

Met betrekking het tweede argument, neemt de klachtencommissie aan dat raadsman hiermee doelt op het feit dat de tuchtsanctie van klager een impact heeft gehad op zijn arbeid. Raadsman heeft echter géén klacht ingediend tegen een afzetting van werk, maar énkel tegen de tuchtbeslissing. Bovendien is het argument van raadsman inzake de werkzaamheid van klager ook slechts geformuleerd als argument inzake de beweerde onredelijkheid van de tuchtbeslissing. Een afzetting van werk is echter een beslissing die los staat van een tuchtbeslissing. Ondanks dat er een samenhang bestaat tussen beide, daar een afzetting van werk kan volgen uit een tuchtbeslissing bv. wanneer het werk niet meer beschikbaar is na afloop van de tuchtsanctie , kan de redelijkheid van een tuchtbeslissing niet worden beoordeeld aan de hand van het bestaan van een andere beslissing, i.e. de afzetting van werk.

Met betrekking het derde argument, volgt de klachtencommissie het standpunt van de directie. Klager heeft verschillende mogelijkheden voorhanden om zijn reclassering in orde te brengen. Het gebruik van een niet-toegelaten toestel is niet noodzakelijk hiervoor.

Tot slot merkt de klachtencommissie op dat klager reeds een voorgaande heeft voor dezelfde tuchtrechtelijke inbreuk.

De klachtencommissie meent dan ook dat de tuchtsanctie, hoewel zwaar, niet onredelijk is. De klacht is niet gegrond.