KC04/24-0124
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Beveren
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
Geen beslissing directeur
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - MOTIVERING - HERKWALIFICATIE - GEEN BESLISSING DIRECTEUR
Klager dient klacht in tegen
- een voorlopige maatregel
- een tuchtbeslissing
- een afname van een oplader
1. De voorlopige maatregel
De klachtencommissie stelt vast dat de voorlopige maatregel ondertekend werd door een dienstdoende penitentiair assistent. De klachtencommissie kan dan ook niet anders dan de onwettigheid van de voorlopige maatregel vaststellen, wegens gebrek aan ondertekening door de directeur.
Ten overvloede merkt de klachtencommissie op dat de directie niet redelijkerwijze kon besluiten dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk heeft aangetast.
2. De tuchtbeslissing
Op basis van de motivering van de tuchtbeslissing, stelt de klachtencommissie vast dat klager gesanctioneerd is voor de i) smartwatch, ii) de usb-stick en iii) de (veronderstelde) smartphone.
Nochtans werd klager ook gesanctioneerd voor het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden, zonder hieraan enige motivering te verbinden. De klachtencommissie stelt dan ook een schending van de motiveringsplicht vast. Artikel 8 van de Basiswet verplicht de directie te motiveren waarom zij aan een bepaald gedrag van een gedetineerde – in casu de uitspraak van klager (“janet”) – een welbepaalde tuchtsanctie verbindt.
Wat betreft de usb-stick, meent de klachtencommissie dat een kwalificatie als een inbreuk op het huishoudelijk reglement (tuchtinbreuk tweede categorie) meer aangewezen is. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting en de zitting van de klachtencommissie blijkt immers niet dat de directie twijfelt aan de verklaring van klager dat hij de USB-stick gebruikt om filmpjes te kijken. Hij gebruikt de USB-stick dan ook niet om te “communiceren met de buitenwereld”. Het betreft enkel het bezit van een verboden voorwerp zoals bepaald in het huishoudelijk reglement. Volgens het huishoudelijk reglement, is de usb-stick slechts toegelaten om te gebruiken voor PrisonCloud.
Hetzelfde geldt voor de smartwatch. De directie maakt niet aannemelijk dat klager deze gebruikt voor communicatie met de buitenwereld. De klachtencommissie meent dat het bezit van een smartwatch dan ook enkel een inbreuk uitmaakt op het huishoudelijk reglement.
Tot slot merkt de klachtencommissie op dat de directie het niet aannemelijk maakt dat klager in het bezit is van een (niet-toegelaten) gsm/smartphone. Er werd ook geen gsm gevonden. Klager kan hiervoor dan ook niet tuchtrechtelijk gesanctioneerd worden.
3. De afname van een oplader
Klager beklaagt zich tot slot over het feit dat een bepaalde penitentiair beambte de oplader van zijn baardtrimmer heeft meegenomen vanop cel.
De klachtencommissie brengt in herinnering dat ze enkel bevoegd is voor klachten tegen beslissingen genomen door of namens de directie. Een louter feitelijk handelen van penitentiair beambten dat geen verband houdt met de uitvoering van een beslissing van de directie, valt op zichzelf, bij gebrek aan een beslissing van (of namens) de directie, niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. Voor zover de klager terecht zou aanvoeren dat hij diverse malen een beroep deed op de directie om incidenten met penitentiair beambten te melden, maar dat de directie hem nooit hoorde – en dus evenmin overwoog een maatregel te nemen om te voorkómen dat de klager nog het slachtoffer van dergelijke incidenten zou worden –, kan in voorkomend geval sprake kan zijn van een verzuim van de directie om binnen een redelijke termijn een beslissing te nemen waartoe de directie gehouden was met het oog op de uitvoering van de vrijheidsstraf in psychosociale, fysieke en materiële omstandigheden die de waardigheid van de mens eerbiedigen (artikel 5, §1, van de basiswet).
Noch in zijn klachtenformulier, noch op de zitting van de klachtencommissie, heeft klager aangevoerd aan dat hij beroep heeft gedaan op de directie om het incident/de incidenten met een bepaalde penitentiair beambte te melden. Er ligt dan ook geen verzuim van de directie voor waartegen klacht kan worden ingediend.
Klager dient klacht in tegen
- een voorlopige maatregel
- een tuchtbeslissing
- een afname van een oplader
1. De voorlopige maatregel
De klachtencommissie stelt vast dat de voorlopige maatregel ondertekend werd door een dienstdoende penitentiair assistent. De klachtencommissie kan dan ook niet anders dan de onwettigheid van de voorlopige maatregel vaststellen, wegens gebrek aan ondertekening door de directeur.
Ten overvloede merkt de klachtencommissie op dat de directie niet redelijkerwijze kon besluiten dat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk heeft aangetast.
2. De tuchtbeslissing
Op basis van de motivering van de tuchtbeslissing, stelt de klachtencommissie vast dat klager gesanctioneerd is voor de i) smartwatch, ii) de usb-stick en iii) de (veronderstelde) smartphone.
Nochtans werd klager ook gesanctioneerd voor het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden, zonder hieraan enige motivering te verbinden. De klachtencommissie stelt dan ook een schending van de motiveringsplicht vast. Artikel 8 van de Basiswet verplicht de directie te motiveren waarom zij aan een bepaald gedrag van een gedetineerde – in casu de uitspraak van klager (“janet”) – een welbepaalde tuchtsanctie verbindt.
Wat betreft de usb-stick, meent de klachtencommissie dat een kwalificatie als een inbreuk op het huishoudelijk reglement (tuchtinbreuk tweede categorie) meer aangewezen is. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting en de zitting van de klachtencommissie blijkt immers niet dat de directie twijfelt aan de verklaring van klager dat hij de USB-stick gebruikt om filmpjes te kijken. Hij gebruikt de USB-stick dan ook niet om te “communiceren met de buitenwereld”. Het betreft enkel het bezit van een verboden voorwerp zoals bepaald in het huishoudelijk reglement. Volgens het huishoudelijk reglement, is de usb-stick slechts toegelaten om te gebruiken voor PrisonCloud.
Hetzelfde geldt voor de smartwatch. De directie maakt niet aannemelijk dat klager deze gebruikt voor communicatie met de buitenwereld. De klachtencommissie meent dat het bezit van een smartwatch dan ook enkel een inbreuk uitmaakt op het huishoudelijk reglement.
Tot slot merkt de klachtencommissie op dat de directie het niet aannemelijk maakt dat klager in het bezit is van een (niet-toegelaten) gsm/smartphone. Er werd ook geen gsm gevonden. Klager kan hiervoor dan ook niet tuchtrechtelijk gesanctioneerd worden.
3. De afname van een oplader
Klager beklaagt zich tot slot over het feit dat een bepaalde penitentiair beambte de oplader van zijn baardtrimmer heeft meegenomen vanop cel.
De klachtencommissie brengt in herinnering dat ze enkel bevoegd is voor klachten tegen beslissingen genomen door of namens de directie. Een louter feitelijk handelen van penitentiair beambten dat geen verband houdt met de uitvoering van een beslissing van de directie, valt op zichzelf, bij gebrek aan een beslissing van (of namens) de directie, niet onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. Voor zover de klager terecht zou aanvoeren dat hij diverse malen een beroep deed op de directie om incidenten met penitentiair beambten te melden, maar dat de directie hem nooit hoorde – en dus evenmin overwoog een maatregel te nemen om te voorkómen dat de klager nog het slachtoffer van dergelijke incidenten zou worden –, kan in voorkomend geval sprake kan zijn van een verzuim van de directie om binnen een redelijke termijn een beslissing te nemen waartoe de directie gehouden was met het oog op de uitvoering van de vrijheidsstraf in psychosociale, fysieke en materiële omstandigheden die de waardigheid van de mens eerbiedigen (artikel 5, §1, van de basiswet).
Noch in zijn klachtenformulier, noch op de zitting van de klachtencommissie, heeft klager aangevoerd aan dat hij beroep heeft gedaan op de directie om het incident/de incidenten met een bepaalde penitentiair beambte te melden. Er ligt dan ook geen verzuim van de directie voor waartegen klacht kan worden ingediend.