TUCHT - HUISHOUDELIJK REGLEMENT
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Beveren.
Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 21 mei 2024 de bijzondere tuchtsanctie van vier dagen ‘verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve of ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband: geen open regime’ opgelegd voor het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (een inbreuk van de tweede categorie).
Klager wordt op 21 mei 2024 gehoord tijden de tuchtrechtelijke hoorzitting. Samengevat stelt klager dat hij de medegedetineerde wou helpen, en dat hij wist dat het eigenlijk niet was toegestaan. Hij erkent dat hij dit niet had mogen doen.
Gelet op de vaststellingen uit het RAD en de verklaringen van klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting, acht de klachtencommissie het redelijk dat de directeur de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende.
De klachtencommissie merkt op dat de directie het nalaat om de tuchtrechtelijke inbreuk aan te kruisen op het formulier van de tuchtbeslissing. De aard van de inbreuk wordt echter duidelijk aangegeven in de motivering van de beslissing.
De klachtencommissie acht die kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Zo blijkt uit de motivering dat de directie van oordeel was dat klager, door het toestel te laten gebruiken door de medegedetineerde, een inbreuk pleegde tegen het huishoudelijk reglement dat onder meer bepaalt dat verkopen, ruilingen, leningen, schenkingen en andere gelijkaardige handelingen tussen gedetineerden verboden zijn.
In geval van een inbreuk van de tweede categorie, kan er voor een maximumduur van vijftien dagen de tuchtsanctie worden opgelegd van ‘verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve of ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband: geen open regime’.
Klager kreeg vier dagen ‘geen open regime’ opgelegd. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond. De tuchtbeslissing van 21 mei 2024, blijft bestaan.
De klachtencommissie merkt op dat de opgelegde sanctie een bijzondere sanctie betreft. Een bijzondere tuchtsanctie kan worden opgelegd wanneer er een verband is met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk. De klachtencommissie begrijpt het verband tussen de feiten (die, zo leidt zij af uit de stukken, plaatsvonden tijdens het open regime) en de sanctie in dit dossier, maar beveelt aan dat de directie dit verband in de toekomst uitdrukkelijk vermeldt in haar tuchtbeslissing (en dit in het licht van artikel 8 van de Basiswet).
De klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Beveren.
Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 21 mei 2024 de bijzondere tuchtsanctie van vier dagen ‘verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve of ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband: geen open regime’ opgelegd voor het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (een inbreuk van de tweede categorie).
Klager wordt op 21 mei 2024 gehoord tijden de tuchtrechtelijke hoorzitting. Samengevat stelt klager dat hij de medegedetineerde wou helpen, en dat hij wist dat het eigenlijk niet was toegestaan. Hij erkent dat hij dit niet had mogen doen.
Gelet op de vaststellingen uit het RAD en de verklaringen van klager op de tuchtrechtelijke hoorzitting, acht de klachtencommissie het redelijk dat de directeur de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende.
De klachtencommissie merkt op dat de directie het nalaat om de tuchtrechtelijke inbreuk aan te kruisen op het formulier van de tuchtbeslissing. De aard van de inbreuk wordt echter duidelijk aangegeven in de motivering van de beslissing.
De klachtencommissie acht die kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Zo blijkt uit de motivering dat de directie van oordeel was dat klager, door het toestel te laten gebruiken door de medegedetineerde, een inbreuk pleegde tegen het huishoudelijk reglement dat onder meer bepaalt dat verkopen, ruilingen, leningen, schenkingen en andere gelijkaardige handelingen tussen gedetineerden verboden zijn.
In geval van een inbreuk van de tweede categorie, kan er voor een maximumduur van vijftien dagen de tuchtsanctie worden opgelegd van ‘verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve of ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband: geen open regime’.
Klager kreeg vier dagen ‘geen open regime’ opgelegd. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en redelijk.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond. De tuchtbeslissing van 21 mei 2024, blijft bestaan.
De klachtencommissie merkt op dat de opgelegde sanctie een bijzondere sanctie betreft. Een bijzondere tuchtsanctie kan worden opgelegd wanneer er een verband is met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk. De klachtencommissie begrijpt het verband tussen de feiten (die, zo leidt zij af uit de stukken, plaatsvonden tijdens het open regime) en de sanctie in dit dossier, maar beveelt aan dat de directie dit verband in de toekomst uitdrukkelijk vermeldt in haar tuchtbeslissing (en dit in het licht van artikel 8 van de Basiswet).