KC04/24-0177
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Beveren
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
ONTVANKELIJKHEID - TERMIJN - VERBODEN VOORWERPEN
Uit het dossier blijkt dat klager op 24/5/2024 op de hoogte is gebracht van het feit dat zijn senseo apparaat werd afgenomen omwille van brandveiligheid. Klager heeft vervolgens tot tweemaal toe geprobeerd om hieraan te remediëren door een gesprek aan te gaan met de directie. Met andere woorden, klager heeft eerst intern naar een oplossing voor het probleem gezocht in plaats van meteen klacht in te dienen bij de klachtencommissie. Dit kan hem moeilijk worden kwalijk genomen door de klacht vervolgens niet-ontvankelijk te verklaren wegens het verstrijken van de klachtentermijn. Klager heeft pas klacht ingediend wanneer na een tweede gesprek met de directie bleek dat klager zijn senseo apparaat niet zou terugkrijgen. Dit tweede gesprek vond plaats op 7/6/2024. Klager zijn klacht dateert van 8/6/2024. De klachtencommissie meent dan ook dat klager de klacht zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijze van hem verlang kon worden, met name de dag na zijn laatste gesprek met de directie. De klacht is ontvankelijk.
Artikel 45,§ 2 van de Basiswet voorziet dat de gedetineerde het recht heeft om de hem toebehorende voorwerpen waarvan het bezit niet onverenigbaar is met de orde en de veiligheid in zijn verblijfsruimte onder te brengen dan wel bij zich te hebben, overeenkomstig door het huishoudelijk reglement te bepalen regels.
Uit het dossier blijkt duidelijk dat klagers senseo apparaat werd afgenomen omwille van brandveiligheidsgevaar. De klachtencommissie meent dat de directie op basis van artikel 45, §2 van de Basiswet kon besluiten dat klager dit niet langer op cel kon hebben, aangezien het een risico vormde voor de veiligheid in de gevangenis.
Om deze reden, is de klacht ongegrond.
Uit het dossier blijkt dat klager op 24/5/2024 op de hoogte is gebracht van het feit dat zijn senseo apparaat werd afgenomen omwille van brandveiligheid. Klager heeft vervolgens tot tweemaal toe geprobeerd om hieraan te remediëren door een gesprek aan te gaan met de directie. Met andere woorden, klager heeft eerst intern naar een oplossing voor het probleem gezocht in plaats van meteen klacht in te dienen bij de klachtencommissie. Dit kan hem moeilijk worden kwalijk genomen door de klacht vervolgens niet-ontvankelijk te verklaren wegens het verstrijken van de klachtentermijn. Klager heeft pas klacht ingediend wanneer na een tweede gesprek met de directie bleek dat klager zijn senseo apparaat niet zou terugkrijgen. Dit tweede gesprek vond plaats op 7/6/2024. Klager zijn klacht dateert van 8/6/2024. De klachtencommissie meent dan ook dat klager de klacht zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijze van hem verlang kon worden, met name de dag na zijn laatste gesprek met de directie. De klacht is ontvankelijk.
Artikel 45,§ 2 van de Basiswet voorziet dat de gedetineerde het recht heeft om de hem toebehorende voorwerpen waarvan het bezit niet onverenigbaar is met de orde en de veiligheid in zijn verblijfsruimte onder te brengen dan wel bij zich te hebben, overeenkomstig door het huishoudelijk reglement te bepalen regels.
Uit het dossier blijkt duidelijk dat klagers senseo apparaat werd afgenomen omwille van brandveiligheidsgevaar. De klachtencommissie meent dat de directie op basis van artikel 45, §2 van de Basiswet kon besluiten dat klager dit niet langer op cel kon hebben, aangezien het een risico vormde voor de veiligheid in de gevangenis.
Om deze reden, is de klacht ongegrond.