KC04/24-0197
Ongegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT
De klacht is tweevoudig en betreft
- een voorlopige maatregel
- een tuchtbeslissing
1. De voorlopige maatregel
De klachtencommissie meent dat het niet onredelijk is van de directie te oordelen dat klagers gedrag – vermoedelijk drugsmisbruik, zich kwaad maken en opwinden – een gevaar uitmaakte voor de interne veiligheid, zeker gelet op het feit dat klager zich bevond in een ruimte waar relatief gevaarlijk materiaal aanwezig is. De klachtencommissie meent dus dat voldaan is aan de wettelijke voorwaarden om een voorlopige maatregel op te leggen.
2. De tuchtbeslissing
De klachtencommissie meent dat de bevindingen van het RAD duidelijk is. Klager ontkent deze bevindingen en voert aan dat zijn verwarde indruk voortkwam uit het feit dat zijn vriendin die dag één jaar overleden was. In zulke woord-tegen-woord situatie meent de klachtencommissie dat het niet onredelijk is dat de directie de vaststellingen van haar personeel gelooft en steunt op het RAD als bewijs. Dat de directie de feiten dan ook bewezen achtte en klager hieraan schuldig achtte, is niet onwettig, onredelijk of onbillijk.
De klacht is tweevoudig en betreft
- een voorlopige maatregel
- een tuchtbeslissing
1. De voorlopige maatregel
De klachtencommissie meent dat het niet onredelijk is van de directie te oordelen dat klagers gedrag – vermoedelijk drugsmisbruik, zich kwaad maken en opwinden – een gevaar uitmaakte voor de interne veiligheid, zeker gelet op het feit dat klager zich bevond in een ruimte waar relatief gevaarlijk materiaal aanwezig is. De klachtencommissie meent dus dat voldaan is aan de wettelijke voorwaarden om een voorlopige maatregel op te leggen.
2. De tuchtbeslissing
De klachtencommissie meent dat de bevindingen van het RAD duidelijk is. Klager ontkent deze bevindingen en voert aan dat zijn verwarde indruk voortkwam uit het feit dat zijn vriendin die dag één jaar overleden was. In zulke woord-tegen-woord situatie meent de klachtencommissie dat het niet onredelijk is dat de directie de vaststellingen van haar personeel gelooft en steunt op het RAD als bewijs. Dat de directie de feiten dan ook bewezen achtte en klager hieraan schuldig achtte, is niet onwettig, onredelijk of onbillijk.