Ga verder naar de inhoud

KC04/24-0228

Ongegrond KC - Beveren Klachtencommissie Tucht
TUCHT - PERSONEEL

De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing.

Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 1 augustus 2024 een tuchtsanctie van drie dagen ATV, voorwaardelijk gedurende drie maanden, voor ‘het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden’ (een inbreuk van de tweede categorie).

Gelet op de vaststellingen uit het RAD en de verklaringen van klager ter zitting (waarbij hij niet ontkent dat hij de beambte een misselijk ventje heeft genoemd en zijn uitspraak nogmaals bevestigt), acht de klachtencommissie het redelijk dat de directeur de feiten bewezen achtte en ze aan klager toerekende.

De klachtencommissie acht die kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Zo blijkt uit de motivering dat de directie van oordeel was dat de uitlating (‘misselijk ventje’) een beledigend karakter had, en niet kon worden afgedaan als een grap of humor. De klachtencommissie volgt het standpunt van de directie.

Klager haalt in zijn klacht aan dat zijn recht op vrije meningsuiting wordt miskend doordat hij wordt gesanctioneerd voor zijn uitlatingen. Het recht op vrije meningsuiting (gewaarborgd door artikel 19 van de Grondwet en artikel 10 van het EVRM) beschermt echter enkel het uiten van ideeën en niet het uiten van schunnige of obscene taal. Dergelijke uitlatingen vallen buiten de vrijheid van meningsuiting wanneer deze enkel bedoeld zijn om te beledigen en niet om ideeën te uiten of te verspreiden. De klachtencommissie meent dat de woorden ‘misselijk ventje’ louter bedoeld waren om de beambte te beledigen en de uitlating bijgevolg niet wordt beschermd door het recht op vrije meningsuiting. Door klager te sanctioneren, heeft de directie zijn recht op vrije meningsuiting dus niet miskend.

Klager kreeg drie dagen ATV opgelegd, voorwaardelijk voor een duur van drie maanden. De klachtencommissie acht deze sanctie wettelijk en niet onredelijk, gelet op de geringe impact ervan.

Om deze redenen is de klacht niet gegrond.