TUCHT - CAMERABEELDEN - PROPORTIONALITEIT
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing.
De klachtencommissie besloot om ter zitting de camerabeelden van het incident te bekijken. Dit gebeurde in aanwezigheid van alle partijen. De klachtencommissie stelt vast dat klager een slag ontving van de medegedetineerde, waarop klager hem achterna ging en een duw gaf.
Klager kreeg een tuchtsanctie van veertien dagen ATV voor ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ (een inbreuk van de eerste categorie).
De klachtencommissie meent dat het wel degelijk aangetoond is dat de medegedetineerde klager heeft aangevallen. In het RAD wordt duidelijk omschreven dat klager slagen op zijn gezicht moest incasseren van een medegedetineerde na een kort gesprek tussen hen. De getuige van de feiten schrijft expliciet dat klager enkel klappen heeft ontvangen en niet heeft gevochten. Dit wordt later door de directie in haar beslissing, na het bekijken van de camerabeelden, tegengesproken.
Uit de beelden blijkt volgens de klachtencommissie echter ook dat klager de medegedetineerde achterna ging. De klachtencommissie is er niet van overtuigd dat dit klagers enige mogelijkheid was op het moment van de aanval. Klager had, na de initiële verdediging, niet opnieuw de confrontatie moeten opzoeken door de medegedetineerde achterna te gaan.
De klachtencommissie stelt vast dat uit de motivering van de tuchtbeslissing niet blijkt dat de directie op enige wijze rekening heeft gehouden met het vaststaande gegeven dat klager werd geprovoceerd door de betrokken medegedetineerde. De slag in het gezicht die klager ontving, betreft naar het oordeel van de klachtencommissie een omstandigheid die zeker had moeten meespelen bij het toemeten van de tuchtsanctie. In de motivering van de tuchtbeslissing moest hierbij bovendien worden aangetoond in welke mate deze omstandigheid een rol heeft gespeeld bij de toemeting. Dit is niet gebeurd. Om deze reden is de beslissing niet proportioneel en dus niet wettelijk.
Om deze reden is de klacht gegrond.
De klachtencommissie vernietigt de bestreden tuchtsanctie van 17 augustus 2024 en bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing. Concreet betekent dit het volgende:
- de tuchtsanctie van veertien dagen ATV voor een tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee
wordt vervangen door
-een tuchtsanctie van vijf dagen ATV voor een tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee.
De klachtencommissie draagt de directie op om de omschrijving van deze tuchtbeslissing op deze manier aan te passen in het tuchtregister van klager.
De klachtencommissie kent verder geen tegemoetkoming toe.
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing.
De klachtencommissie besloot om ter zitting de camerabeelden van het incident te bekijken. Dit gebeurde in aanwezigheid van alle partijen. De klachtencommissie stelt vast dat klager een slag ontving van de medegedetineerde, waarop klager hem achterna ging en een duw gaf.
Klager kreeg een tuchtsanctie van veertien dagen ATV voor ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ (een inbreuk van de eerste categorie).
De klachtencommissie meent dat het wel degelijk aangetoond is dat de medegedetineerde klager heeft aangevallen. In het RAD wordt duidelijk omschreven dat klager slagen op zijn gezicht moest incasseren van een medegedetineerde na een kort gesprek tussen hen. De getuige van de feiten schrijft expliciet dat klager enkel klappen heeft ontvangen en niet heeft gevochten. Dit wordt later door de directie in haar beslissing, na het bekijken van de camerabeelden, tegengesproken.
Uit de beelden blijkt volgens de klachtencommissie echter ook dat klager de medegedetineerde achterna ging. De klachtencommissie is er niet van overtuigd dat dit klagers enige mogelijkheid was op het moment van de aanval. Klager had, na de initiële verdediging, niet opnieuw de confrontatie moeten opzoeken door de medegedetineerde achterna te gaan.
De klachtencommissie stelt vast dat uit de motivering van de tuchtbeslissing niet blijkt dat de directie op enige wijze rekening heeft gehouden met het vaststaande gegeven dat klager werd geprovoceerd door de betrokken medegedetineerde. De slag in het gezicht die klager ontving, betreft naar het oordeel van de klachtencommissie een omstandigheid die zeker had moeten meespelen bij het toemeten van de tuchtsanctie. In de motivering van de tuchtbeslissing moest hierbij bovendien worden aangetoond in welke mate deze omstandigheid een rol heeft gespeeld bij de toemeting. Dit is niet gebeurd. Om deze reden is de beslissing niet proportioneel en dus niet wettelijk.
Om deze reden is de klacht gegrond.
De klachtencommissie vernietigt de bestreden tuchtsanctie van 17 augustus 2024 en bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde beslissing. Concreet betekent dit het volgende:
- de tuchtsanctie van veertien dagen ATV voor een tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee
wordt vervangen door
-een tuchtsanctie van vijf dagen ATV voor een tuchtinbreuk van eerste categorie, zijnde de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee.
De klachtencommissie draagt de directie op om de omschrijving van deze tuchtbeslissing op deze manier aan te passen in het tuchtregister van klager.
De klachtencommissie kent verder geen tegemoetkoming toe.