Ga verder naar de inhoud

KC04/24-0297

Gegrond KC - Beveren Klachtencommissie Tucht Ordemaatregel
TUCHT - ORDEMAATREGEL - TOEREKENBAARHEID

De klacht is tweeledig en is gericht tegen:
- een tuchtbeslissing;
- een ordemaatregel (afzetting werk).

Wat betreft de tuchtbeslissing:

Klager wordt gesanctioneerd met 14 dagen geen deelname aan tewerkstelling (een bijzondere tuchtsanctie) omwille van twee inbreuken, ‘de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ (een inbreuk van de eerste categorie) en ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorschreven bepalingen’ (een inbreuk van de tweede categorie).

De directeur zegt ter zitting het volgende:

“Als we dit niet kunnen uitklaren, heeft dit gevolgen voor jullie alle drie.”

In de tuchtbeslissing schrijft de directeur dat de tuchtinbreuk aan elke betrokken gedetineerde wordt toegerekend omdat de directeur niet weet wie de feiten heeft gepleegd:

“De drie betrokken gedetineerden wijzen allemaal naar iemand anders. Daar niemand de verantwoordelijkheid op zich neemt of niemand enerzijds het initiatief heeft genomen om dit te melden aan een personeelslid van de penitentiaire instelling of een personeelslid van de externe partner van de keuken, hebben alle drie de personen de voedselveiligheid ernstig in gedrang gebracht.”

Gelet op het vermoeden van onschuld, dient de directie te motiveren waarom ze de feiten aan klager individueel toerekent. Uit de motivering van de tuchtbeslissing blijkt echter enkel dat klager minstens op de hoogte moet zijn geweest van wat er zich afspeelde in de keuken, en dat niemand de verantwoordelijkheid op zich heeft genomen. Ook uit het RAD volgt (louter) dat klager aanwezig was in de keuken bij het aantreffen van de etenswaren. Hieruit kan niet afgeleid worden dat klager de feiten heeft gepleegd.

De directeur meent ook dat klager verantwoordelijk is omdat hij op de hoogte was van de feiten in de keuken en verwijt hem dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen door dit te melden aan het personeel. De Nederlandstalige beroepscommissie wees er in het verleden reeds op dat er internationale consensus over bestaat dat gedetineerden niet verplicht kunnen worden incidenten of tuchtinbreuken te melden waarbij andere gevangenen betrokken zijn, aangezien dergelijke aanname leidt tot spanningen, geweld en intimidatie tussen gedetineerden onderling, waarbij in het bijzonder zwakkere gedetineerden riskeren uitgebuit te worden. Dergelijke veronderstelling leidt op haar beurt aldus tot een situatie van gevaar voor de interne veiligheid.
De klachtencommissie stelt vast dat de directeur onvoldoende onderzocht heeft of de tuchtinbreuk individueel aan klager kon worden toegerekend. Bij gebrek aan een individuele toerekening, legt de directie aan alle op het moment van de feiten aanwezige gedetineerden een sanctie op voor éénzelfde feit, onder dezelfde kwalificatie.

De beslissing van de directie schendt het vermoeden van onschuld en het verbod op collectieve straffen en is derhalve niet genomen met inachtneming van de wettelijke bepalingen.

Om deze reden is de klacht gegrond.

Wat betreft de ordemaatregel:

De klachtencommissie herhaalt dat de bestreden tuchtbeslissing werd vernietigd (zie de eerste klacht), o.a. omdat de feiten niet individueel aan klager kunnen worden toegerekend. De ordemaatregel tot afzetting van werk van klager in de grootkeuken voor een duur van drie maanden, zonder behoud van de plaats op de werkerslijst, is louter gebaseerd op de feiten die aan de basis liggen van de tuchtbeslissing. In de ordemaatregel wordt geen enkel ander element vermeld dat (mee) de aanleiding zou hebben gegeven voor het ontslag. Dit ontslag is met andere woorden uitsluitend gebaseerd op feiten waarvan niet werd aangetoond dat ze gepleegd werden door klager.

Om deze reden is de klacht ontvankelijk en gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden ordemaatregel. Zij bepaalt dat klager, ten gevolge van deze vernietiging, opnieuw moet worden tewerkgesteld in de functie waarvan hij werd afgezet of, indien hierdoor een andere gedetineerde zou worden benadeeld, bovenaan de werkerslijst moet worden geplaatst.