Ga verder naar de inhoud

KC04/24-0323

Ongegrond Onontvankelijk KC - Beveren Klachtencommissie Tucht Ordemaatregel
TUCHT - BEVOEGDHEID - ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG

De eerste klacht is gericht tegen de tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis. De tweede klacht is gericht tegen de ordemaatregel van de directie van de gevangenis.

Wat betreft de tuchtbeslissing (eerste klacht):
Uit het klachtenformulier blijkt dat klager een klacht indient tegen een tuchtbeslissing van 21 oktober 2024. Uit het verweer van de directie blijkt dat er geen tuchtbeslissing werd genomen. Bij gebreke aan een beslissing van de directeur, is de klacht niet-ontvankelijk.

Wat betreft de ordemaatregel (tweede klacht):
Klager werd via een ordemaatregel ontslagen als keukenwerker (de beslissing werd niet gedateerd; volgens klager werd de beslissing genomen op 21 oktober 2024). Uit de ordemaatregel blijkt dat klager niet langer geschikt werd geacht voor zijn positie als keukenwerker. Om dit te staven, verwijst de directie naar een rapport van 19 oktober 2024, waaruit onder meer blijkt dat klager herhaaldelijk spuwde in het afvoerputje aan de band in de keuken. De directie meent dat hygiƫne een belangrijke factor is in de grootkeuken, en dat klagers onvoldoende hygiƫnisch gedrag in de keuken ervoor zorgt dat hij niet geschikt is om in de keuken te werken.

De klachtencommissie meent dat de directie in die omstandigheden klager redelijkerwijze kon afzetten van zijn functie als keukenwerker. De directie heeft in de ordemaatregel ook uitdrukkelijk gemotiveerd waarom zij klager niet langer geschikt acht voor de functie, zoals vereist door artikel 8 van de Basiswet (het motiveringsbeginsel). Klager voert in zijn klacht aan dat hij niet op de hoogte werd gebracht van het rapport dat over hem werd geschreven. De klachtencommissie meent dat klager hiertoe wel in de gelegenheid werd gesteld door de directie, doordat hij op gesprek werd geroepen. Klager weigerde echter zelf om op te dagen en ontnam zichzelf op die manier de kans om kennis te nemen van het rapport en in gesprek te gaan met de directie over de feiten. De klachtencommissie meent dat de directie zorgvuldig en redelijk heeft gehandeld.
Om deze reden, is de klacht niet gegrond.