Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0054

Ongegrond Onontvankelijk KC - Beveren Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - TERMIJN

Aan de hand van de schriftelijke beslissing opleggen voorlopige maatregel stelt de klachtencommissie vast dat de directeur beslist heeft om klager onder voorlopige maatregel te plaatsen. De directeur besliste om klager te plaatsen in de beveiligde cel in afwachting van de tuchtprocedure omdat klager de interne veiligheid ernstig en opzettelijk had aangetast. De klachtencommissie meent dat uit het RAD en de motivering van de voorlopige maatregel blijkt dat klager de fysieke integriteit van de beambte bedreigd had. De klachtencommissie besluit dat de voorlopige maatregel werd opgelegd conform de Basiswet en in dit dossier gerechtvaardigd was. Bovendien was de voorlopige maatregel ook proportioneel aangezien klager de beveiligde cel mocht verlaten van zodra hij geen bedreiging meer uitmaakte. De klacht tegen de voorlopige maatregel is bijgevolg ongegrond.

Klager heeft zijn klacht ook gericht tegen de tuchtbeslissing die volgde op de voorlopige maatregel. Klager diende op 09.03.2025 zijn klacht in. Uit het tuchtdossier blijkt dat er pas op 11.03.2025 een tuchtsanctie werd uitgesproken door de directie. Bijgevolg kon de klacht enkel gericht zijn tegen het RAD. Het opstellen van een RAD is echter geen beslissing van de directeur maar van een personeelslid. De Basiswet stelt immers dat wanneer een personeelslid een feit vaststelt waarvan hij/zij vermoedt dat het een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakt of wanneer een dergelijke inbreuk hem/haar ter kennis wordt gebracht, hij/zij een rapport aan de directeur opstelt. Klager en zijn advocaat gaven op de zitting van de klachtencommissie zelf toe dat de klacht tegen de tuchtbeslissing voorbarig was. De klacht tegen de tuchtbeslissing is bijgevolg niet-ontvankelijk.