KC04/25-0062
Ongegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
TUCHT - PERSONEEL - VERBODEN VOORWERPEN - ONTSLAG
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij meent dat de tuchtprocedure niet correct verlopen is en gebaseerd is op leugens en corruptie. Door de tuchtbeslissing is klager zijn job kwijt.
Wat betreft de tuchtbeslissing:
Bij de beoordeling van het bewezen zijn van de ten laste gelegde feiten, oefent de directeur een discretionaire bevoegdheid uit. De klachtencommissie is enkel bevoegd om na te gaan of de feitenvinding zorgvuldig gebeurde, of er werd uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en of de appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze werd uitgeoefend. De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijk werd opgesteld en dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. De tuchtsanctie was wettig en niet onredelijk of onbillijk.
Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing ongegrond.
Wat betreft de ontslagbeslissing:
De klachtencommissie stelt vast dat klager een tuchtinbreuk beging die niet tot gevolg heeft dat hij niet meer geschikt is voor de arbeidspost of dat de werkrelatie niet langer mogelijk is. In casu was het werk niet meer beschikbaar (deze situatie is onvermijdelijk het gevolg van de afwezigheid van de gedetineerde op het werk), na afloop van de sanctie. Gedetineerde kon om die reden niet terug aan het werk kan en dit moest hem duidelijk mondeling of schriftelijk worden meegedeeld. De klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregel mondeling heeft genomen en de gedetineerde hiervan op de hoogte is gebracht gelet op de klacht.
De beslissing tot afzetting van werk is dus niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij meent dat de tuchtprocedure niet correct verlopen is en gebaseerd is op leugens en corruptie. Door de tuchtbeslissing is klager zijn job kwijt.
Wat betreft de tuchtbeslissing:
Bij de beoordeling van het bewezen zijn van de ten laste gelegde feiten, oefent de directeur een discretionaire bevoegdheid uit. De klachtencommissie is enkel bevoegd om na te gaan of de feitenvinding zorgvuldig gebeurde, of er werd uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en of de appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze werd uitgeoefend. De klachtencommissie meent dat het RAD duidelijk werd opgesteld en dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuken kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen ATV. De tuchtsanctie was wettig en niet onredelijk of onbillijk.
Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing ongegrond.
Wat betreft de ontslagbeslissing:
De klachtencommissie stelt vast dat klager een tuchtinbreuk beging die niet tot gevolg heeft dat hij niet meer geschikt is voor de arbeidspost of dat de werkrelatie niet langer mogelijk is. In casu was het werk niet meer beschikbaar (deze situatie is onvermijdelijk het gevolg van de afwezigheid van de gedetineerde op het werk), na afloop van de sanctie. Gedetineerde kon om die reden niet terug aan het werk kan en dit moest hem duidelijk mondeling of schriftelijk worden meegedeeld. De klachtencommissie stelt vast dat de directie de ordemaatregel mondeling heeft genomen en de gedetineerde hiervan op de hoogte is gebracht gelet op de klacht.
De beslissing tot afzetting van werk is dus niet onwettig. De beslissing is daarnaast niet onredelijk of onbillijk.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.