Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0099

Ongegrond Gegrond KC - Beveren Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht
CELCONTROLE - TUCHT

In verband met de celcontrole. Klager beklaagt zich eerst en vooral over het gegeven dat hij geen papier of motivatie ontving voor deze celcontrole. De klachtencommissie stelt vast dat noch de Basiswet, noch de collectieve brief nr. 141 in de verplichting voorziet om ter gelegenheid van een celcontrole een schriftelijke beslissing af te leveren. Hoewel er een algemene motiveringsplicht bestaat voor alle beslissingen die in het kader van de basiswet worden genomen (artikel 8 Basiswet), wijst de klachtencommissie erop dat de Basiswet eveneens bepaalt dat een celcontrole ‘geregeld’ kan plaatsvinden om na te gaan of de cel in kwestie in overeenstemming is met de in de gevangenis geldende regels (artikel 109 Basiswet). In het RAD van 14 mei 2025 wordt vermeld dat de celcontrole om een ‘gewone controle’ ging en dat dit ook als zodanig (mondeling) aan klager werd meegedeeld. In haar verweer bevestigt de directie dat de controle uitgevoerd werd binnen de uitoefening van de algemene toezichtbevoegdheid. In het voorliggend dossier was er volgens de klachtencommissie, in tegenstelling tot hetgeen klager aanvoert, geen noodzaak tot het nemen van een voorafgaande, schriftelijke en gemotiveerde beslissing. De mondelinge mededeling dat er een gewone controle werd uitgevoerd (die er steeds op gericht is om na te gaan of de cel in kwestie in overeenstemming is met de in de gevangenis geldende regels) volstond. Volgens de klachtencommissie was de celcontrole in het voorliggend dossier wettelijk, redelijk en billijk. De klacht is ongegrond.

In verband met de tucht. De directie heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 14 mei 2025, over het gedrag van klager gedurende het onderzoek van zijn verblijfsruimte. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde deze feiten als de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet). De klachtencommissie meent dat er inderdaad sprake is van een opzettelijke aantasting van de orde wanneer een gedetineerde gedurende een halfuur op de deur bonkt, ongeacht de achterliggende beweegreden hiervoor. De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Vervolgens wordt klager ook gesanctioneerd voor het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). In de motivering van de tuchtbeslissing wordt hierover enkel gezegd “Ook het ruilen of schenken van goederen is verboden in eender welk regime dat je verblijft. Verkopen, ruilingen, leningen, schenkingen en andere gelijkaardige handelingen tussen gedetineerden zijn verboden, behoudens toelating van de directeur (p. 9. Huishoudelijk reglement).” De klachtencommissie acht dit deel van de tuchtbeslissing gebrekkig. In de motivering wordt er niet gespecificeerd welk voorwerp klager geruild of geschonken zou hebben. Enkel door het samenlezen van de tuchtbeslissing met het verslag van de tuchtzitting meent de klachtencommissie dat dit betrekking heeft op een DVD van de bibliotheek die klager geleend zou hebben van een medegedetineerde. Deze DVD zou in een tijdens de celcontrole inbeslaggenomen DVD-speler gezeten hebben. Klager bracht al deze informatie zelf aan ter tuchtzitting. De mededeling tot opstart van de tuchtprocedure verwijst voor wat betreft de tenlastelegging enkel naar het RAD van 14 mei 2025. De klachtencommissie wijst erop dat dit RAD niets vermeldt over de inbeslagname van een DVD-speler en een DVD van de bibliotheek die hierin zou hebben gezeten. De klachtencommissie acht het onwettig dat de directie gebruik maakte van verklaringen die klager ter tuchtzitting deed om hem bijkomend te sanctioneren voor een inbreuk op het huishoudelijk reglement, zonder dat deze feiten hem voorafgaand ten laste werden gelegd. Volgens de klachtencommissie is de tuchtbeslissing op dit punt strijdig met artikel 144 §3 en §6, tweede lid Basiswet. Klager kreeg een tuchtsanctie van 10 dagen ATV, waarvan 5 dagen voorwaardelijk. Klager kon enkel gesanctioneerd worden voor de inbreuk van de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet). Dit betreft een inbreuk van de eerste categorie. De klachtencommissie acht de sanctie, zelfs indien deze enkel voor de inbreuk van artikel 129, 5° Basiswet werd opgelegd, wettelijk en redelijk. De klacht is gegrond. De klachtencommissie beslist tot de gedeeltelijke vernietiging (artikel 158, §3, 3° Basiswet) van de tuchtbeslissing voor wat betreft de inbreuk van artikel 130, 2° Basiswet en het gedeelte van de motivering dat hierover handelt. De tuchtbeslissing blijft overeind voor wat betreft de inbreuk van artikel 129, 5° Basiswet, de motivering hiervan en de opgelegde en reeds ondergane tuchtsanctie van 10 dagen ATV (waarvan 5 dagen voorwaardelijk gedurende twee maanden).