KC04/25-0101
Ongegrond
Gegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - CELCONTROLE
Klager beklaagt zich over het gegeven dat hij geen beslissing ontving van de celcontrole. De klachtencommissie stelt vast dat noch de Basiswet, noch de collectieve brief nr. 141 in de verplichting voorziet om ter gelegenheid van een celcontrole een schriftelijke beslissing af te leveren. In geval van afwezigheid van de gedetineerde op het ogenblik van het onderzoek dient er wel een bericht achtergelaten te worden. Aan deze verplichting werd in het voorliggend dossier blijkbaar niet voldaan. Klager kwam te weten dat er een celcontrole werd uitgevoerd doordat hij een RAD ontving. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe.
Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 19 mei 2025 een tuchtsanctie van 5 dagen ATV voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 14 mei 2025. Hierin wordt beschreven hoe er een sterke cannabisgeur wordt waargenomen wanneer de deur van klager zijn verblijfsruimte wordt geopend. Op het RAD staat ook een getuige vermeld. Ter tuchtzitting ontkent klager dat hij cannabis gebruikt zou hebben. Hij zegt al 1,5 tot 2 jaar drugsvrij te zijn. Hij meent dan ook dat de geur door het raam naar binnen gewaaid moet zijn. Klager vindt het raar dat de geur niet werd opgemerkt toen men hem 20 minuten eerder loste voor de wandeling. Tijdens de celcontrole werd er geen drugs aangetroffen. De klachtencommissie besliste eerder al, in navolging van de Nederlandstalige Beroepscommissie (BC/24-0049), dat geurwaarneming een vaststelling is die op gelijke hoogte staat met andere zintuiglijke vaststellingen, zoals bijvoorbeeld visuele vaststellingen. Een geurwaarneming kan aldus een basis vormen voor een tuchtbeslissing, zolang ze op zorgvuldige wijze gedaan werd. In het voorliggend dossier werd de geurwaarneming door een ander personeelslid bevestigd. Dat deze vaststellingen geen verdere grondslag vinden in een daaropvolgende celcontrole, doet geen afbreuk aan de vaststelling. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de daarin opgenomen feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten (waarneming van cannabisgeur) als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg hiervoor 5 dagen ATV. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan er voor een maximumduur van 30 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht de sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.
Klager beklaagt zich over het gegeven dat hij geen beslissing ontving van de celcontrole. De klachtencommissie stelt vast dat noch de Basiswet, noch de collectieve brief nr. 141 in de verplichting voorziet om ter gelegenheid van een celcontrole een schriftelijke beslissing af te leveren. In geval van afwezigheid van de gedetineerde op het ogenblik van het onderzoek dient er wel een bericht achtergelaten te worden. Aan deze verplichting werd in het voorliggend dossier blijkbaar niet voldaan. Klager kwam te weten dat er een celcontrole werd uitgevoerd doordat hij een RAD ontving. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe.
Klager kreeg bij tuchtbeslissing van 19 mei 2025 een tuchtsanctie van 5 dagen ATV voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De directeur heeft zich voor het bewezen zijn van de feiten gebaseerd op de materiële vaststellingen zoals opgenomen in het RAD van 14 mei 2025. Hierin wordt beschreven hoe er een sterke cannabisgeur wordt waargenomen wanneer de deur van klager zijn verblijfsruimte wordt geopend. Op het RAD staat ook een getuige vermeld. Ter tuchtzitting ontkent klager dat hij cannabis gebruikt zou hebben. Hij zegt al 1,5 tot 2 jaar drugsvrij te zijn. Hij meent dan ook dat de geur door het raam naar binnen gewaaid moet zijn. Klager vindt het raar dat de geur niet werd opgemerkt toen men hem 20 minuten eerder loste voor de wandeling. Tijdens de celcontrole werd er geen drugs aangetroffen. De klachtencommissie besliste eerder al, in navolging van de Nederlandstalige Beroepscommissie (BC/24-0049), dat geurwaarneming een vaststelling is die op gelijke hoogte staat met andere zintuiglijke vaststellingen, zoals bijvoorbeeld visuele vaststellingen. Een geurwaarneming kan aldus een basis vormen voor een tuchtbeslissing, zolang ze op zorgvuldige wijze gedaan werd. In het voorliggend dossier werd de geurwaarneming door een ander personeelslid bevestigd. Dat deze vaststellingen geen verdere grondslag vinden in een daaropvolgende celcontrole, doet geen afbreuk aan de vaststelling. Volgens de klachtencommissie bracht klager ter tuchtzitting geen tegenindicaties aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie vindt het redelijk dat de directie de daarin opgenomen feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten (waarneming van cannabisgeur) als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties (artikel 129, 7° Basiswet). De klachtencommissie acht deze kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. Klager pleegde een inbreuk van de eerste categorie en kreeg hiervoor 5 dagen ATV. In geval van een inbreuk van de eerste categorie kan er voor een maximumduur van 30 dagen een afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd (artikel 132, 3° Basiswet). De klachtencommissie acht de sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is ongegrond.