Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0117

Ongegrond KC - Beveren Klachtencommissie Ordemaatregel
ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - VERTROUWENSFUNCTIE

In het voorliggend dossier motiveerde de directie waarom klager volgens haar niet langer beantwoordt aan de voor de arbeidspost gestelde vereisten. Ze verwijst met name naar zijn herhaaldelijke afwezigheid van het werk ten gevolge van het niet mogen dragen van zijn muts. Klager betreurt dat hij een onbetrouwbare schakel in de keten wordt genoemd.

De klachtencommissie stelt vast dat klager wel degelijk herhaaldelijk weigerde om te gaan werken. Dat klager meent dat hij hiervoor een goede reden had doet geen afbreuk aan deze vaststelling. De reden van ontslag die de directie aanhaalt strookt aldus met de werkelijkheid. De motivering stelt klager bovendien in staat de redenen van zijn ontslag te begrijpen, ook al is hij het er niet mee eens. De beslissing werd aldus afdoende gemotiveerd in de zin van artikel 8 Basiswet. De klachtencommissie acht het ontslag wettelijk.

Met betrekking tot de redelijkheid van de ontslagbeslissing neemt de klachtencommissie de volgende elementen in aanmerking:

- Op het ogenblik van de werkweigering was er een beroepsprocedure hangende die betrekking had op het dragen van het haarnet (BC/24-0378 tegen beslissing KC04/24-0209). De uitvoerbaarheid van de beslissing van de klachtencommissie werd door de beroepscommissie geschorst bij tussenbeslissing van 8 november 2024.

- Klager bekwam in afwachting van de uitspraak van de beroepscommissie al een uitzonderingsregime: hij mocht zijn muts dragen op cel, op de wandeling en tijdens het sporten in de hal. Deze afspraken werden hem meermaals uitgelegd, met name nog op 30 mei 2025 toen klager een berisping kreeg voor het weigeren van het bevel om zijn muts af te zetten terwijl hij richting zijn tewerkstelling ging. Ter gelegenheid van de tuchtzitting op 30 mei 2025 werd klager dus nogmaals gewezen op het feit dat hij zijn muts niet mag dragen tijdens zijn tewerkstelling.

- Klager werd hier volgens de directie ook al op gewezen toen hij zijn job aannam.

- Klager was aldus op de hoogte van de afspraken doch poogde zelf nog een andere regeling af te dwingen door in eerste instantie tegen deze afspraken te handelen in het kader van zijn tewerkstelling, en in tweede instantie, wanneer hij er op werd aangesproken, de afspraken telkens opnieuw in vraag te stellen.

- Klager zette zijn ongenoegen finaal kracht bij door meermaals te weigeren om te gaan werken. In zijn klacht vergoelijkte klager deze beslissing door te wijzen op de veiligheidsrisico’s die het gaan werken zonder haarnet met zich zouden meebrengen. De klachtencommissie meent echter dat het gebruik van een haarrekker hier al grotendeels aan tegemoet zou kunnen komen.

Bovenstaande elementen in aanmerking genomen acht de klachtencommissie het ontslag redelijk.

De klacht is ongegrond.