Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0155

Onontvankelijk KC - Beveren Klachtencommissie Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - TUCHT

De klachten gaan over een rapport aan de directeur en de daaropvolgende tuchtbeslissing.

Over het RAD: klager zijn eerste klacht is gericht tegen het feit dat hij op 27/08/2025 een RAD i.v.m. het sociaal bellen naar zijn vrouw heeft opgelopen. Op de zitting van de klachtencommissie van 22/09/2025 heeft klager aangegeven dat hij afstand van zijn klacht over het RAD van 27/08/2025 wenste te doen. Ingevolge artikel 153, §3 van de Basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden (hierna: Basiswet) maakt klachtafstand een einde aan de beklagprocedure.

Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie van 14 dagen ATV voor de volgende inbreuken: 1) de opzettelijke aantasting van de orde en 2) het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel.

Wat betreft de kwalificatie “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel” meent de klachtencommissie dat de kwalificatie niet correct en afdoende gemotiveerd is. Uit geen enkel stuk blijkt dat klager zich schuldig maakte aan het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel.

De directie heeft zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet gesteund op een RAD, maar op een eenzijdige verklaring van een beambte op de tuchtrechtelijke hoorzitting. Klager ontkent bovendien dat de beambten hem hebben verzocht om van de wandeling te komen. De directie kon dan ook niet binnen de grenzen van de redelijkheid en op grond van het tuchtdossier oordelen dat de feiten (niet binnenkomen van de wandeling nadat hij opgeroepen werd door de beambten), bewezen waren. Deze tuchtinbreuk kan dan ook niet worden weerhouden. De klachtencommissie draagt de directie daarom op om de kwalificatie van de tuchtsanctie aan te passen in het tuchtregister van klager.

De directie kon de feiten wel omschrijven als de “opzettelijke aantasting van de orde”. De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de RAD’s. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in de RAD’s werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.

De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten (kloppen op de deur, een medegedetineerde uitdagen op de wandeling, water op de gang, …) beschreven in de RAD’s als voormelde inbreuk werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.

De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie , die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV . De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 14 dagen ATV heeft opgelegd. Om bovenstaande redenen, is de klacht gedeeltelijk gegrond, wat betreft de kwalificatie van de feiten als “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”. Voor het overige blijft de tuchtsanctie overeind.