Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0164

Gegrond Onontvankelijk KC - Beveren Klachtencommissie Tucht Ordemaatregel
ORDEMAATREGEL - TUCHT

De klacht betreft een ordemaatregel en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Beveren.

Over de ordemaatregel: volgens de directie van de gevangenis van Beveren werd t.a.v. klager geen ordemaatregel genomen. De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.

Over de tuchtbeslissing: klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 3 dagen geen gemeenschappelijke activiteiten, omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de tuchtrechtelijke inbreuk van de tweede categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.

De Basiswet stelt dat een gedetineerde enkel schuldig kan worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtinbreuk “wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, de ten laste feiten bewezen acht én de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht.”

Tijdens een celcontrole werd een capsule van de medicatie Lyrica gevonden. Klager heeft benadrukt dat hij van het pilletje niets weet. Hij kent het niet en heeft de medicatie Lyrica ook nooit eerder gebruikt. De directie stelt op de tuchtrechtelijke hoorzitting dat zij ‘zich in een moeilijk parket’ bevindt, want ook de celgenoten van klager weten van niets. De directie kon dus niet bewijzen van wie het lyrica pilletje was. De directie benadrukt dat de drie celgenoten verantwoordelijk zijn voor wat er binnen hun cel aanwezig is.

De directie kan echter niet staven van wie de capsule van de medicatie Lyrica was. Dit is in strijd met het vermoeden van onschuld.

De Nederlandstalige Beroepscommissie heeft vervolgens in het kader van de vondst van verboden substanties geoordeeld dat wanneer celgenoten hun betrokkenheid bij de tuchtrechtelijke inbreuk ontkennen, de individuele verantwoordelijkheid van een gedetineerde kan worden vastgesteld op basis van de plaats en de hoeveelheid van de verboden substantie. In casu werd de capsule van de medicatie Lyrica in de vuilnisbak van een meerpersoonscel gevonden. De klachtencommissie meent dat zowel op basis van de plaats als de hoeveelheid van de capsule de individuele verantwoordelijkheid van klager niet kan worden vastgesteld. Omdat er geen bewijs is dat klager de tuchtinbreuk pleegde, is de klacht gegrond.