Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0173

Ongegrond Gegrond KC - Beveren Klachtencommissie Andere beslissing directeur Voorlopige maatregel Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - MOTIVERING

Klager dient klacht in tegen een voorlopige maatregel. De directeur besliste om klager in de beveiligde cel te plaatsen op basis van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid (artikel 145, §1, eerste lid Basiswet). De klachtencommissie meent dat uit de motivering van de voorlopige maatregel onvoldoende blijkt waarom de fysieke integriteit van personen bedreigd zou zijn geweest of waarom roerende of onroerende goederen gevaar zouden hebben gelopen voor wederrechtelijke beschadiging, vernieling of ontvreemding. De directie spreekt in haar motivering bovendien letterlijk over het verstoren van de orde. De klachtencommissie meent dat er in het voorliggend dossier inderdaad sprake was van het verstoren van de orde, maar herinnert eraan dat een plaatsing in de beveiligde cel niet mogelijk is omwille van een (louter) gevaar voor de orde of de veiligheid (artikel 145, §1, tweede lid Basiswet). De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van de voorlopige maatregel van plaatsing in de beveiligde cel in het voorliggend dossier onwettig is. De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent géén tegemoetkoming toe.

Klager stelt in zijn klacht enkel dat hij klacht indient tegen zijn behandeling in de isolatiecel. Meerdere rechten zouden daarbij geschonden zijn. Betrokkene licht niet concreet toe welke rechten geschonden zouden zijn. De klachtencommissie kan dan ook niet besluiten tot de schending van de zorgplicht door of namens de directie. De klacht is om die reden ongegrond.

Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing. Volgens de klachtencommissie brachten klager en zijn advocaat ter tuchtzitting geen elementen aan die doen twijfelen aan de waarachtigheid van het RAD. De klachtencommissie acht het redelijk dat de directie de feiten bewezen achtte. De directie kwalificeerde de feiten als de opzettelijke aantasting van de orde, zoals omschreven in artikel 2, 7° (artikel 129, 5° Basiswet), het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet). De klachtencommissie oordeelt dat de kwalificaties correct zijn. De kwalificaties werden ook correct en afdoende gemotiveerd, behoudens de volgende passage in de motivering die handelt over het doorgeven van de tabak, hetgeen volgens de directie het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet) en het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet) uitmaakte. De klachtencommissie wijst erop dat het doorgeven van de tabak enkel kon gekwalificeerd worden als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen (artikel 130, 2° Basiswet). In tegenstelling tot hetgeen in de motivering wordt geschreven, blijkt uit het RAD van 5 september 2025 weliswaar afdoende dat klager zich schuldig maakte aan het doorgeven van de tabak (“bovenvermelde leunde zich vooruit. (medegedetineerde) reikte met zijn hand naar de tabak in de zak van bovenvermelde.”) maar niet dat klager bevelen van de beambte zou hebben genegeerd. Het was immers (enkel) de medegedetineerde die de bevelen (het teruggeven van de tabak) negeerde: “Ik liet hen duidelijk weten dat ik dit niet toesta en vroeg (medegedetineerde) om het terug te geven, maar hij negeerde mijn instructie.”. Klager kon op dat ogenblik niets meer ondernemen. De zin “Toen de beambte zei dat dit niet toegelaten is negeerde betrokkene de instructies van de beambte.” dient dan ook geschrapt te worden. De klachtencommissie wijst er echter op dat klager nog steeds gesanctioneerd kon worden voor de inbreuk van het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel van de gevangenis (artikel 130, 3° Basiswet) nu hij wel een ander bevel van het personeel negeerde (met name het bevel om terug te keren naar zijn cel), zoals ook blijkt uit de motivering. Deze tuchtinbreuk kan dus in elk geval overeind blijven. Klager pleegde één inbreuk van de eerste en twee inbreuken van de tweede categorie en kreeg slechts 5 dagen ATV voorwaardelijk gedurende 2 maanden. De directie hield voldoende rekening met de omstandigheden waarin de inbreuken plaatsvonden (artikel 143, §1 Basiswet). De klachtencommissie acht de sanctie wettelijk en redelijk. De klacht is deels gegrond. De zin “Toen de beambte zei dat dit niet toegelaten is negeerde betrokkene de instructies van de beambte.” dient geschrapt te worden uit de motivering. De tuchtbeslissing blijft echter overeind voor wat betreft de inbreuken en de opgelegde tuchtsanctie.