Ga verder naar de inhoud

KC04/25-0182

Ongegrond KC - Beveren Klachtencommissie Tucht
TUCHT – CELCONTROLE – VERBODEN SUBSTANTIES

Er werd een celcontrole uitgevoerd in de cel waar klager verblijft omwille van een cannabisgeur. Klager geeft toe dat er inderdaad cannabis kon worden geroken maar volgens hem gebeurde de celcontrole zonder toestemming van de directie. Om die reden vraagt klager om de tuchtbeslissing die daarop volgde, nietig te verklaren.

De Raad van State heeft reeds geoordeeld dat de Basiswet geen verplichting oplegt om aan de gedetineerde een individueel mandaat voorafgaand aan de celcontrole mede te delen waarbij de redenen voor de celcontrole worden vermeld, zoals dat wel het geval is bij een huiszoekingsbevel afgeleverd door de onderzoeksrechter. Hieruit volgt dat de verblijfsruimte van de gedetineerden geregeld kunnen worden onderzocht, wat haaks staat op het idee dat een celcontrole enkel kan gebeuren indien hiervoor specifieke aanwijzingen bestaan. Anders dan voor een naaktfouille, vereist de Basiswet voor een onderzoek aan de verblijfsruimte dus geen schriftelijke gemotiveerde individuele beslissing van de directeur.

Dat het personeel naar aanleiding van de cannabisgeur ter hoogte van de cel van klager, de cel is binnengegaan en de cel heeft onderzocht zonder een voorafgaandelijke toelating van de directeur, betekent bijgevolg niet dat het bewijs onrechtmatig is verkregen. De celcontrole was wettig en gerechtvaardigd in het kader van de orde en veiligheid.

Om deze redenen besluit de klachtencommissie dat de tuchtbeslissing conform de Basiswet werd genomen en dat de klacht bijgevolg ongegrond is.