KC04/25-0185
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Beveren
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - TUCHT - WANDELING
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing en stelt dat hij een epilepsie aanval kreeg. Klager vermeldt geen datum van de tuchtbeslissing. Voor zover de klacht van klager betrekking heeft op de tuchtbeslissingen van 28/08/2025 en van 03/09/2025, wijst de klachtencommissie op het feit dat zij hier reeds uitspraak over heeft gedaan op 30/09/2025 in het dossier KC04/25-0153-0154-0163-0170-0171-0175.
Klager deint klacht in tegen bepaalde leden van de directie, de PSD en bepaalde beambte. De klachtencommissie wijst erop dat klager hierover reeds meerdere klachtenformulieren heeft ingediend. De klachtencommissie heeft hierover op 02/09/2025 uitspraak gedaan in het dossier met referentie KC04/25-0145-0146-0147-0148 en op 30/09/2025 in het dossier KC04/25-0153-0154-0163-0170-0171-0175. De klacht is bijgevolg kennelijk niet-ontvankelijk.
Klager dient klacht in over de medische dienst, zijn oogprothese, zijn longziekte en medische isolatie. De klachtencommissie is bijgevolg niet bevoegd voor klachten van medische aard aangezien dit geen beslissingen van de directeur zijn, noch is de directie verantwoordelijk voor de werking van de medische dienst. De inrichtingsarts en de verpleegkundigen staan immers niet onder het gezag van de directie. Bij gebreke aan een beslissing van of namens de directeur, is deze klacht kennelijk niet-ontvankelijk.
Klager wenst geen contact met een welbepaalde medegedetineerde die hem zou hebben aangevallen. Klager vraagt om van hem gescheiden te worden. De klachtencommissie stelt vast dat nergens uit de stukken van het dossier blijkt dat klager hierover de directie heeft aangesproken of de directie hierover een beslissing zou hebben genomen. Er is hier bijgevolg geen sprake van een beslissing die genomen werd door of namens de directeur of een verzuim of een weigering om een beslissing te nemen.
De directie is verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat de dagelijkse wandeling georganiseerd wordt. Een klacht over het niet tijdig stopzetten van de uitvoering van een tuchtsanctie valt onder het toepassingsgebied van het beklagrecht aangezien dit een handelen van het personeel betreft dat in verband staat met een beslissing van de directeur. De klacht is bijgevolg ontvankelijk. Uit het verweer van de directie blijkt dat er geen enkele reden was om klager toe te laten tot de individuele wandeling tijdens een periode die hij niet onder ATV zat. De klachtencommissie acht deze uitleg van de gevangenisdirectie aannemelijk.
Klager dient klacht in tegen een tuchtbeslissing en stelt dat hij een epilepsie aanval kreeg. Klager vermeldt geen datum van de tuchtbeslissing. Voor zover de klacht van klager betrekking heeft op de tuchtbeslissingen van 28/08/2025 en van 03/09/2025, wijst de klachtencommissie op het feit dat zij hier reeds uitspraak over heeft gedaan op 30/09/2025 in het dossier KC04/25-0153-0154-0163-0170-0171-0175.
Klager deint klacht in tegen bepaalde leden van de directie, de PSD en bepaalde beambte. De klachtencommissie wijst erop dat klager hierover reeds meerdere klachtenformulieren heeft ingediend. De klachtencommissie heeft hierover op 02/09/2025 uitspraak gedaan in het dossier met referentie KC04/25-0145-0146-0147-0148 en op 30/09/2025 in het dossier KC04/25-0153-0154-0163-0170-0171-0175. De klacht is bijgevolg kennelijk niet-ontvankelijk.
Klager dient klacht in over de medische dienst, zijn oogprothese, zijn longziekte en medische isolatie. De klachtencommissie is bijgevolg niet bevoegd voor klachten van medische aard aangezien dit geen beslissingen van de directeur zijn, noch is de directie verantwoordelijk voor de werking van de medische dienst. De inrichtingsarts en de verpleegkundigen staan immers niet onder het gezag van de directie. Bij gebreke aan een beslissing van of namens de directeur, is deze klacht kennelijk niet-ontvankelijk.
Klager wenst geen contact met een welbepaalde medegedetineerde die hem zou hebben aangevallen. Klager vraagt om van hem gescheiden te worden. De klachtencommissie stelt vast dat nergens uit de stukken van het dossier blijkt dat klager hierover de directie heeft aangesproken of de directie hierover een beslissing zou hebben genomen. Er is hier bijgevolg geen sprake van een beslissing die genomen werd door of namens de directeur of een verzuim of een weigering om een beslissing te nemen.
De directie is verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat de dagelijkse wandeling georganiseerd wordt. Een klacht over het niet tijdig stopzetten van de uitvoering van een tuchtsanctie valt onder het toepassingsgebied van het beklagrecht aangezien dit een handelen van het personeel betreft dat in verband staat met een beslissing van de directeur. De klacht is bijgevolg ontvankelijk. Uit het verweer van de directie blijkt dat er geen enkele reden was om klager toe te laten tot de individuele wandeling tijdens een periode die hij niet onder ATV zat. De klachtencommissie acht deze uitleg van de gevangenisdirectie aannemelijk.