KC04/25-0219
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Beveren
Klachtencommissie
Tucht
Geen beslissing directeur
TUCHT - SCHADE
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 04/11/2025 en een schadevergoeding in de gevangenis van Beveren.
Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie van 14 dagen ATV voor de inbreuk van de eerste categorie “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties” en de inbreuk van de tweede categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” opgelegd.
In dit dossier heeft de directie zich voor het bewijs van de tuchtinbreuken in eerste instantie gesteund op de RAD’s. De klachtencommissie meent dat de vaststellingen in de RAD’s helder zijn geformuleerd en niet voor interpretatie vatbaar zijn. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkent klager de feiten ook niet. De klachtencommissie meent dat de directie de feiten in redelijkheid en billijkheid aan klager kon toerekenen.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen o.a. een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 14 dagen ATV heeft opgelegd. De klacht is bijgevolg ongegrond.
Over de schadevergoeding: in dit dossier blijkt niet dat klager binnen de veertien dagen na vaststelling van de schade aan de directie een formulier ingevuld en overhandigd heeft. De directie kon dus geen grondig onderzoek en schadedossier samenstellen. De klachtencommissie kan derhalve in de klacht van klager dan ook geen klacht tegen een beslissing of verzuim van de directeur in de zin van artikel 148 van de Basiswet ontwaren. De klacht tegen de schade aan voorwerpen van klager is om deze redenen niet-ontvankelijk.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van 04/11/2025 en een schadevergoeding in de gevangenis van Beveren.
Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie van 14 dagen ATV voor de inbreuk van de eerste categorie “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties” en de inbreuk van de tweede categorie “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen” opgelegd.
In dit dossier heeft de directie zich voor het bewijs van de tuchtinbreuken in eerste instantie gesteund op de RAD’s. De klachtencommissie meent dat de vaststellingen in de RAD’s helder zijn geformuleerd en niet voor interpretatie vatbaar zijn. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkent klager de feiten ook niet. De klachtencommissie meent dat de directie de feiten in redelijkheid en billijkheid aan klager kon toerekenen.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen o.a. een tuchtrechtelijke inbreuk van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 14 dagen ATV heeft opgelegd. De klacht is bijgevolg ongegrond.
Over de schadevergoeding: in dit dossier blijkt niet dat klager binnen de veertien dagen na vaststelling van de schade aan de directie een formulier ingevuld en overhandigd heeft. De directie kon dus geen grondig onderzoek en schadedossier samenstellen. De klachtencommissie kan derhalve in de klacht van klager dan ook geen klacht tegen een beslissing of verzuim van de directeur in de zin van artikel 148 van de Basiswet ontwaren. De klacht tegen de schade aan voorwerpen van klager is om deze redenen niet-ontvankelijk.