KC04/25-0228
Ongegrond
Gegrond
Tegemoetkoming
KC - Beveren
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
Fouille op het lichaam
VOORLOPIGE MAATREGEL - TEGEMOETKOMING - TUCHT - FOUILLE LICHAAM
De klacht gaat over een voorlopige maatregel van 18/11/2025, een tuchtbeslissing van 19/11/2025 en een fouillering op het lichaam van 18/11/2025 van de directie van de gevangenis van Beveren.
Over de voorlopige maatregel: aangezien er volgens de klachtencommissie geen sprake was van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid, mocht het verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte als voorlopige maatregel niet opgelegd worden. De voorlopige maatregel werd dus niet opgelegd volgens de vereisten van artikel 145 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel. De klachtencommissie kent derhalve aan klager de volgende tegemoetkoming toe: één extra fitnessmoment, op te nemen en toe te kennen binnen een termijn van twee maanden.
Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie van 7 dagen ATV voor de inbreuk van de eerste categorie “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. De klachtencommissie vindt niet dat klager tegenindicaties heeft opgeroepen die gerede twijfel deden rijzen over de juistheid van het RAD. De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als voormelde inbreuk werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 7 dagen ATV heeft opgelegd. De klacht is om deze redenen ongegrond.
Over de naaktfouille: de klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing concrete elementen bevat waarom de directeur het vermoeden had dat klager in het bezit was van verboden voorwerpen of substanties. In de beslissing is bovendien gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan hebben om deze voorwerpen of substanties te vinden. De klacht is ongegrond.
De klacht gaat over een voorlopige maatregel van 18/11/2025, een tuchtbeslissing van 19/11/2025 en een fouillering op het lichaam van 18/11/2025 van de directie van de gevangenis van Beveren.
Over de voorlopige maatregel: aangezien er volgens de klachtencommissie geen sprake was van de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid, mocht het verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte als voorlopige maatregel niet opgelegd worden. De voorlopige maatregel werd dus niet opgelegd volgens de vereisten van artikel 145 van de Basiswet. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel. De klachtencommissie kent derhalve aan klager de volgende tegemoetkoming toe: één extra fitnessmoment, op te nemen en toe te kennen binnen een termijn van twee maanden.
Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie van 7 dagen ATV voor de inbreuk van de eerste categorie “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. De klachtencommissie vindt niet dat klager tegenindicaties heeft opgeroepen die gerede twijfel deden rijzen over de juistheid van het RAD. De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als voormelde inbreuk werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 7 dagen ATV heeft opgelegd. De klacht is om deze redenen ongegrond.
Over de naaktfouille: de klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing concrete elementen bevat waarom de directeur het vermoeden had dat klager in het bezit was van verboden voorwerpen of substanties. In de beslissing is bovendien gemotiveerd waarom een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan hebben om deze voorwerpen of substanties te vinden. De klacht is ongegrond.