Ga verder naar de inhoud

KC04/26-0018

Ongegrond KC - Beveren Klachtencommissie Andere beslissing directeur Tucht
TUCHT - ONTSLAG

Klager dient klacht in omdat hij tuchtrechtelijk gesanctioneerd werd wegens “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties” en wegens “het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen”.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en gedetailleerd de handelingen van klager tijdens de wandeling beschrijft. Tot tweemaal toe heeft klager een verdachte substantie uit een afzonderlijk zakje toegevoegd aan een sigaret om te rollen, en vervolgens heeft hij die gedeeld met verschillende gedetineerden. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting verklaart klager dat het om een sigaar zou gaan, en sociale tabak zou zijn toegevoegd aan de sigaret. De klachtencommissie volgt de motivering van de directie waarbij zij stelt dat de beambte het verschil met een sigaar zou herkennen. De klachtencommissie meent dat het verkruimelen van een substantie boven een sigaret inderdaad een algemeen gekende handeling voor het rollen van een joint is. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De directie mag op basis van een voldoende duidelijk en gedetailleerd rapport een tuchtsanctie opleggen omdat zij er redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten. Het feit dat er geen restanten van de verboden substanties werden gevonden, staat niet in de weg dat de directie de feiten bewezen kon verklaren. Ook is de directie niet verplicht om de camerabeelden te bekijken wanneer het RAD voldoende duidelijk werd opgesteld. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.

Wat betreft de inbreuk op het huishoudelijk reglement merkt de klachtencommissie op dat klager zelf tijdens de tuchtrechtelijk hoorzitting verklaart dat hij een sigaar zou hebben gekregen van iemand en er plots vier of vijf man rond hem stond om een sigaret te vragen. Volgens het huishoudelijk reglement is het verboden om, zonder toestemming van de directeur, zaken te ruilen met of te schenken aan medegedetineerden.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/26-0083 opgestart